Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag en poging tot moord, verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid, wederrechtelijke vrijheidsberoving en het voorhanden hebben van een wapen. De feiten vonden plaats in 2017 in Steenbergen, waarbij de verdachte zijn ex-vriendin buiten op straat met een mes in haar hals stak, haar in zijn woning haar keel dichtkneep, seksuele handelingen bij haar verrichtte en haar vasthield.
De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in, waaronder over de bewijskracht met betrekking tot voorbedachte raad bij poging tot moord en de vraag of sprake was van een voortgezette handeling of meerdaadse samenloop. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad motiveerde dit niet inhoudelijk, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is uitgesproken op 12 juli 2022 door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer. Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.