Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.WOLSDEN B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geintimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure tussen IGVO B.V. en Wolsden B.V. heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch de zaak na verwijzing door de Hoge Raad behandeld. Tijdens de procedure bleek dat een raadsheer-plaatsvervanger van het hof ’s-Hertogenbosch betrokken was bij één van de partijen, IGVO B.V.
Op grond van artikel 62b van het Wetboek van Rechtsvordering (RO) kan een gerechtshof een zaak verwijzen naar een ander gerechtshof indien de betrokkenheid van een lid van het hof bij een partij een onbevooroordeelde behandeling in de weg staat. Het hof ’s-Hertogenbosch heeft dit artikel toegepast en de zaak verwezen naar het gerechtshof Den Haag, zoals bepaald in het protocol van het hof ’s-Hertogenbosch.
De mondelinge behandeling van 25 maart 2022 is niet doorgegaan en het hof heeft ambtshalve een datum voor arrest bepaald. Het arrest is op 29 maart 2022 gewezen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer. De zaak wordt in de stand waarin zij zich bevindt overgedragen aan het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling wegens betrokkenheid van een raadsheer-plaatsvervanger.