In deze civiele zaak in hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch staat een geschil centraal over een overeenkomst waarbij sprake is van mogelijke wilsgebreken en oneigenlijke dwaling. Het hof volgde het procesverloop vanaf de eerdere tussenarresten en rolbeslissingen, waaronder het bevel tot deskundigenonderzoek dat niet kon worden uitgevoerd vanwege het onbereikbaar zijn van appellant.
Na vaststelling dat een nieuwe bewindvoerder (Stichting BMK) sinds 16 januari 2022 is aangesteld voor appellant, heeft het hof besloten de meest gerede partij in de gelegenheid te stellen deze bewindvoerder op te roepen om uiterlijk op de rol van 3 mei 2022 in het geding te verschijnen. De bewindvoerder dient daarbij aan te geven of hij de laatste processtukken van appellant goedkeurt of welke opmerkingen hij daarover heeft.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan totdat de bewindvoerder is gehoord, waarmee het proces wordt voortgezet in het kader van het waarborgen van een correcte vertegenwoordiging van appellant en een zorgvuldige behandeling van het geschil.