Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.Het geding in eerste aanleg (zaak C/02/388788/KG ZA 21-395)
2.Het geding in hoger beroep
- de memorie van grieven van Mazu met producties;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerden] met producties.
3.De beoordeling
“(…) ten doel de behartiging van de belangen van de voormalig bestuurders en "key employees" van World Online International N.V. (…) en haar groepsmaatschappijen, het zuiveren van de namen van de ex leden van de raad van bestuur (…) en het schadeloosstellen van die voormalige bestuurders en "key employees", alsmede het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.”
“VASTSTELLINGSOVEREENKOMST
Reggeborgh Participaties verplicht zich tot betaling aan [persoon B] van
De Procedure Den Haag en de Procedure `s-Hertogenbosch zullen definitief worden doorgehaald nadat de betaling sub 1 heeft plaatsgevonden en zullen niet meer opgebracht kunnen worden. (…)”
Onder de opschortende voorwaarde van de ontvangst van het volledige Schikkingsbedrag (…) doen ondergetekenden sub 1 tot en met 5 [hof: onder wie de Stichting en [persoon B] ] (gezamenlijk en ieder voor zich) afstand van al de vorderingen die zij (mochten) hebben jegens de ondergetekenden sub 6 tot en met 16 [hof: onder wie [persoon C] en Reggeborgh ] (gezamenlijk en ieder voor zich), waaronder de vorderingen ingesteld in de Procedure Den Haag en de Procedure `s-Hertogenbosch (…) en verlenen ter zake volledige kwijting. Zij zullen geen nieuwe procedures beginnen tegen de ondergetekenden sub 6 tot en met 16 (gezamenlijk, of één of enkelen van hen) met betrekking tot voornoemde geschillen en vorderingen en met betrekking tot feiten en omstandigheden die hen thans bekend zijn, althans bekend behoren te zijn. (…)”
“Uitgeschreven uit het handelsregister per 18-06-2020
“Schadeclaimsamenwerkingsovereenkomst”hebben gesloten op basis waarvan zij recht hebben om mee te delen in de inkomsten die de Stichting zal verwerven uit de op 9 oktober 2010 door [persoon B] aan de Stichting gecedeerde schadevorderingen. [geïntimeerden] betogen dat het in dit verband door de Stichting tegen [persoon C] en Reggeborgh aanhangig gemaakte geding, waarin laatstelijk het hofarrest van 4 februari 2020 (ECLI:NL:GHSHE:2020:327) is gewezen, is geëindigd met een vaststellingsovereenkomst waaruit de Stichting inkomsten heeft verworven. Omdat die overeenkomst en inkomsten voor hen worden verzwegen althans onbekend worden gehouden, stellen [geïntimeerden] belang te hebben bij de in dat verband gewisselde (met de vorderingen I.a, I.b en I.c verlangde) stukken waarover Mazu als bewaarder van de boeken en bescheiden van de ontbonden Stichting moet beschikken.
“3.21.
“ 3.12. (…) De voorzieningenrechter acht het
3.17. (…) Voldoende aannemelijk is (…) dat Mazu als bewaarder van de boeken en
“3.18. (…)
4.De uitspraak
- de cessie (van vorderingen op [persoon C] en/of Reggeborgh ) die de Stichting met derden is aangegaan alsmede de tussen hen daarover gewisselde correspondentie;
- de bankafschriften van de door de Stichting aangehouden bankrekeningen voor zover die zien op (deel)betalingen van die cessie;