In deze zaak heeft appellant in 2019 met een voertuig schade toegebracht aan een pand dat eigendom is van geïntimeerde. Appellant erkent aansprakelijkheid voor de schade, maar betwist de hoogte van de gevorderde schadevergoeding.
Tijdens het incident vorderde appellant op grond van artikel 843a Rv dat geïntimeerde de betaalde facturen voor de reparatie van de schade aan de glazen pui zou overleggen. Geïntimeerde bracht een factuur en betalingsbewijs in het geding, waarop het hof de vordering van appellant bij gebrek aan belang afwees in het arrest van 5 oktober 2021.
Het hof gaf appellant vervolgens gelegenheid om te reageren op de producties van geïntimeerde. De zaak is verwezen naar de roldatum 24 mei 2022 voor een akte met uitlating over de producties aan de zijde van appellant, waarna het hof uitspraak zal doen over de hoofdzaak.