Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Twaelf Provinciën Gerechtsdeurwaarders B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[[ X ]] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verdere verloop van de procedure
6.De verdere beoordeling
€ 15.046,84, zijnde de “nettowaarde van het onderhanden werk”, volgens de bewoordingen van de overeenkomst, 15% van de waarde. De eerste termijn van de koopsom zal uiterlijk 28 februari 2020 worden voldaan aan TPG dan wel worden de na 1 juli 2019 ontvangen facturen ten name van TPG voldaan door TLS zodat die betalingen in mindering strekken op de koopsom. Het restant wordt uiterlijk 31 maart 2021 (of zoveel eerder als TPG wordt geliquideerd) aan TPG voldaan, aldus de tekst van de overeenkomst.
De rechtbank stelt het volgende voorop. Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt als zojuist bedoeld kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval (zie HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, RCI Financial services/K).