Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een brief van [de werknemer] met producties 12 t/m 18, ingekomen ter griffie op 26 juli 2021;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 3 augustus 2021;
- het nagezonden proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg;
3.De beoordeling
“Tot op heden is het ons niet gelukt een nieuwe bedrijfsarts/arbodienstverlener te vinden die jou kan begeleiden. Wij hebben diverse partijen aangeschreven met het verzoek de verzuimbegeleiding van dhr. [bedrijfsarts] over te nemen, maar helaas zonder resultaat. We zullen inspanningen blijven verrichten hiervoor (…)
“(…) Wij hebben hiervoor contact opgenomen met verschillende arbodiensten in de omgeving. Deze partijen hebben te kennen gegeven geen lossen casuïstiek te willen verrichten, geen tijd of ruimte te hebben. Via Argo Advies heb ik een link ontvangen naar de Bedrijfsartsengroep. Hier zijn 120 zelfstandige bedrijfsartsen bij aangesloten door Nederland heen. Deze hebben voor ons gezocht naar een arts in de omgeving van [woonplaats] . Helaas zijn deze niet beschikbaar door gelijke redenen als bovenstaand. Wel hebben we een artsencontact ontvangen die niet in de omgeving van [woonplaats] zit. E-consulten worden normaliter gebruikt echter heeft de arts aangegeven in deze casuïstiek een persoonlijk consult te willen verrichten.Aansluitend heb ik contact opgenomen met deze arts. Hij is genegen losse casuïstiek in behandeling te nemen. Deze arts verbind hier wel de volgende eisen aan, zijnde; inzage in de motivering van het deskundigenoordeel, inzage in het medisch dossier van de heer [bedrijfsarts] en vooraf telefonisch overleg met de heer [bedrijfsarts] . Hiervoor moet je vooraf toestemming geven.Wil je mij laten weten of je hieraan mee wilt werken?Als je akkoord bent zal de nieuwe arts zich tot jouw richten met de machtiging hiervoor.”
“Hedenmiddag heeft Uw cliënte mijn cliënte meegedeeld een arts te hebben gevonden die genegen zou zijn “om losse casuïstiek in behandeling te nemen”. Ik begrijp daaruit dat [arbo] en dhr. [bedrijfsarts] Uw cliënte nog steeds van dienst zijn en dat Uw cliënte daar mee akkoord gaat en voorts lijkt “losse casuïstiek” te betekenen dat de bewuste arts zich bereid heeft verklaard tot een eenmalig optreden ten behoeve van mijn cliënt.Naar mening van mijn cliënt zijn een arbodienst en een bedrijfsarts voort-durende, structurele elementen in de re-integratie waarmee “losse casuïstiek” niet is te rijmen.Mijn cliënt gaat derhalve niet akkoord met een dergelijke incidentele “ad hoc-oplossing” van een probleem waarin uw cliënte heeft te voorzien.”
“Cliënte heeft haar uiterste best gedaan om te voorzien in een oplossing (…). Uiteindelijk is zij er in geslaagd een arts te vinden die beschikbaar is. (…) Uw cliënt is het daar kennelijk weer niet mee eens, en wel omdat het, zo geeft u aan, losse casuïstiek zou betreffen. Dat begrijpt u verkeerd. De gehele zorg van uw cliënt komt bij deze nieuwe arts te liggen. De termen “losse casuïstiek” zien op het feit dat het enkel om uw cliënt gaat en niet om het gehele personeel.
“Niet mijn cliënt maar de Uwe en de bedrijfsarts hebben “een situatie” gecreëerd. Of uw cliënte haar uiterste best heeft gedaan voor die door haar en de bedrijfsarts gecreëerde situatie weet ik niet, vast staat dat zij nog niet heeft voorzien in de leemte die door het terugtrekken van dhr. [bedrijfsarts] is gevallen.Niet ik maar Uw cliënte heeft gesproken over casuïstiek.Als U mij duidelijk kunt maken waarom mijn cliënt akkoord zou moeten gaan met “losse casuïstiek-arts” in plaats van een bedrijfsarts hoor ik dat graag. Naar mijn mening hoeft mijn cliënt dat niet zoals geen enkele werknemer akkoord zou hoeven te gaan met het wegvallen van een integrerend element in het re-integratieproces.Er zijn natuurlijk nog veel meer vragen, bijvoorbeeld of dhr. [bedrijfsarts] nog wel als bedrijfsarts voor Uw cliënte optreedt als het gaat over mijn cliënt en hoe dat dan in zijn werk gaat.De vragen stellen is ze beantwoorden: er is maar één oplossing, te weten dat Uw cliënte haar verplichtingen uit hoofde van de Arbeidsomstandighedenwet na komt. Een van de verzamelverplichtingen is dat zij zorgt dat er een arbodienst is die alle diensten kan verlenen waaronder niet in het minst is begrepen de dienst van een arbo-arts.”
“Aan uw cliënte is een bedrijfsarts aangeboden. De heer [bedrijfsarts] fungeert niet meer als bedrijfsarts voor uw cliënt, dat heeft hij aan u en aan cliënte laten weten”.
- de arbeidsovereenkomst te ontbinden;
- bij het bepalen van de einddatum van de arbeidsovereenkomst geen rekening te houden met de opzegtermijn en de arbeidsovereenkomst dadelijk te ontbinden, aangezien de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [de werknemer] ;
- toekenning van een billijke vergoeding;
1. primair:
[de werkgever] BV alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, althans dat verzoek af te wijzen met veroordeling van [de werkgever] BV in de proceskosten in beide instanties
de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht te herstellen althans toekenning aan appellant van een billijke vergoeding met veroordeling van [de werkgever] BV in de proceskosten in beide instanties
a) dat [de werkgever] BV niet gerechtigd is geweest een- of meerdere malen de loonbetaling stop te zetten;
b) dat appellant niet in gebreke is met de nakoming van zijn re-integratieverplichtingen en
en [de werkgever] BV te veroordelen om aan [de werknemer] het tijdens de dienstbetrekking niet uitbetaalde loon sinds 8 juli 2020 van € 2.705,-- bruto per maand, vermeerderd met vakantietoeslag, roostertoeslag en eventuele cao-verhogingen te betalen binnen twee dagen na de betekening van deze beschikking, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf de verstreken vervaldagen van de loonbetaling.
- te verklaren voor recht dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [de werknemer] als gevolg waarvan [de werknemer] niet in aanmerking komt voor een transitievergoeding met veroordeling van [de werknemer] tot terugbetaling van de aan hem betaalde transitievergoeding ad € 13.784,16, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2021 en veroordeling van [de werknemer] in de proceskosten in beide instanties.
Het hof is met [de werknemer] van oordeel dat hij recht heeft om te verzoeken om een second opinion van een bedrijfsarts. Art 14 lid 2 aanhef Pro en onder g van de Arbeidsomstandighedenwet bepaalt dat de bedrijfsarts een verzoek van de werknemer om zo spoedig mogelijk een andere bedrijfsarts te raadplegen honoreert (tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten). De mogelijkheid om een deskundigenoordeel te vragen aan het UWV doet daaraan niet af.
“Voet rechts:Pijn, kan niet lang wandelen, staan en rijden.Zou niet kunnen gaan werken of met de heftruck rijden.Depressief geworden ondertussen: zie klachten in verslag van de huisarts.”De rapportage bevat vervolgens op p. 6 t/m 52 een aantal verslagen van huisarts en behandelaars van [de werknemer] , waarvan het merendeel ziet op het letsel aan de voet en van ruim voor juni 2020 dateert. De medische verslagen van na juni 2020 zijn hiervoor reeds besproken.
Ten slotte concludeert [geneesheer-specialist] , kennelijk op basis van die verslagen en zijn ervaring, op p. 55 en 56 dat de klachten sinds juli 2020 zijn verergerd, met name is een depressie opgetreden, [de werknemer] is vergeetachtig geworden en er zijn darmproblemen opgetreden. [geneesheer-specialist] acht een werkhervatting “tegen aangewezen” omdat [de werknemer] niet lang op zijn rechtervoet kan rechtstaan, er teveel klachten zijn en werkhervatting de genezing niet zou bevorderen. [de werknemer] is in behandeling bij een pijnkliniek.
Dit betekent dat de beschikking van de kantonrechter ook ten aanzien van de veroordeling van [de werkgever] BV tot betaling van een transitievergoeding wordt bekrachtigd.