Uitspraak
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] en
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat het geschil tussen de ouders over het ouderlijk gezag en de zorg- en omgangsregeling voor twee minderjarige kinderen centraal. De moeder verzoekt het gezag bij haar te laten en de zorgregeling in onderling overleg te laten plaatsvinden, terwijl de vader het eenhoofdig gezag bij zich wil houden en de huidige zorgregeling wil handhaven.
Het hof heeft kennisgenomen van rapportages van de gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming, die aangeven dat de communicatie tussen de ouders problematisch blijft en dat de schottenaanpak onvoldoende verbetering heeft gebracht. De vader is belast met het eenhoofdig gezag en biedt een stabiele en veilige opvoedingssituatie, terwijl de moeder de grenzen van afspraken blijft opzoeken.
De kinderen wonen bij de vader en hebben een omgangsregeling met de moeder, waarbij met name de oudste dochter vaker bij de moeder verblijft dan formeel is vastgesteld. Het hof acht het belang van de kinderen gediend met continuïteit en rust, en bekrachtigt daarom het eenhoofdig gezag bij de vader en de bestaande omgangsregeling. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag bij de vader en de vastgestelde omgangsregeling.