Uitspraak
1.Procesverloop
2.Ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
mr. H.A.W. Vermeulen en mr. J.F.A.M. Graafland-Verhaegen, leden, bijgestaan door mr. lic. J.N. van Veen, griffier.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verzoeker heeft in een belastingzaak hoger beroep ingesteld bij de meervoudige belastingkamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Na de mondelinge behandeling op 18 februari 2022 diende verzoeker op 28 februari 2022 een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren die de zaak behandelden. De wrakingsgronden betroffen onder meer vermeende belangenverstrengeling, onvoldoende deskundigheid van de raadsheren en het niet tijdig kunnen reageren op de pleitnota van de tegenpartij.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien het verzoek binnen tien dagen na de zitting had moeten worden gedaan. Het wachten van verzoeker met overleg met zijn gemachtigde bood geen rechtvaardiging voor de vertraging. Daarnaast concludeerde de wrakingskamer dat de aangevoerde gronden onvoldoende feitelijke onderbouwing bevatten om vooringenomenheid van de raadsheren aan te tonen.
De wrakingskamer benadrukte dat zij geen appelinstantie is om procesbeslissingen van de belastingkamer te herzien. De raadsheren zijn gekwalificeerd om de zaak te behandelen. Daarom werd het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk verklaard en werd het hoofdproces voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.