Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen een raadsheer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, stellende dat deze rechter partijdig zou zijn vanwege eerdere uitspraken in zaken van cliënten van de gemachtigde. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de raadsheer verzoeken tot uitstel of digitale behandeling van een zitting had afgewezen.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien de relevante feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd al op 29 februari 2024 bekend waren en het wrakingsverzoek pas op 23 april 2024 werd ingediend. Volgens vaste jurisprudentie moet een wrakingsverzoek onmiddellijk na bekendwording van de feiten worden ingediend.
Daarnaast werd geoordeeld dat het afwijzen van verzoeken tot uitstel of digitale behandeling regiebeslissingen zijn die niet als grond voor wraking kunnen dienen, tenzij sprake is van duidelijke vooringenomenheid, wat niet aannemelijk was gemaakt. Het wrakingsverzoek werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen. Tevens werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaken niet in behandeling zal worden genomen vanwege misbruik van het middel.