Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Aan de Greeben B.V.,
5.Het verdere geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling waar partijen geen minnelijke schikking hebben bereikt en de zaak naar de rol is verwezen;
- de memorie van grieven van [appellant] met een productie;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerden] met producties.
- de
- de (antwoord)akte van [geïntimeerden] met een productie.
6.De beoordeling
“(…) Op zondag 22 oktober jl. hebben wij jou en jouw vrouw uitgebreid gesproken bij (onze tante) [persoon B] thuis. Jullie zoon [geïntimeerde 2] werd in dit gesprek met het oog op zijn persoonlijke lening door jou vertegenwoordigd. (…) Ons viel op dat er in het geheel niets is vastgelegd over rente en aflossing. (…) Wel heb je ons laten weten dat je met [persoon B] (mondeling) bent overeengekomen dat over de leningen 4% rente per jaar zal worden betaald. [persoon B] beaamde dat. (…) Met [persoon C] hebben jullie tijdens ons gesprek telefoonnummers uitgewisseld en beloofd dat er uiterlijk de afgelopen week, na overleg hierover met jullie zoon [geïntimeerde 2] , een voorstel zou komen omtrent het terugbetalen van de leningen. We hebben echter in het geheel niets van jullie vernomen. Wij accepteren dat niet. (…)..”