Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met eiswijziging en producties 1 t/m 49, ingekomen ter griffie op 25 juni 2021;
- het procesdossier van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 23 juli 2021. De daarbij overgelegde in eerste aanleg geweigerde akte van 9 maart 2021 met productie, maakt als productie 38 onderdeel uit van het hoger beroep;
- het verweerschrift met producties 1 t/m 10, ingekomen ter griffie op 30 september 2021;
- de e-mailberichten van 2 en 15 december 2021 van [de werknemer] met daarbij de producties 50 t/m 61;
- de berichten van het hof van 16 december 2021 en 28 maart 2022 dat de door de advocaat van [de werknemer] op 15 december 2021, respectievelijk 28 maart 2022 aan de griffie van het hof toegezonden spreekaantekeningen buiten beschouwing worden gelaten;
- de akte overlegging producties met de producties 50 t/m 66 van [de werknemer] , ingekomen ter griffie op 25 maart 2022;
3.De beoordeling
De reeds bekende beperkingen in het dynamisch handelen en het aannemen van statische houdingen zijn ongewijzigd. Daarnaast is er sprake van een ernstige medische aandoening waarvoor een gerichte behandeling wordt gevolgd. Meneer werkt nu gemiddeld 2 uur per dag vanuit huis in administratieve taken; dit lijkt voor nu het maximale. Advies is zoveel mogelijk vanuit huis te blijven werken, zodat er gedoseerd over de dag belast kan worden”
Zoals afgelopen woensdag telefonisch besproken gaan we vanaf heden jouw aanwezigheid op kantoor weer verder oppakken. We hebben afgesproken dat je drie ochtenden per week naar kantoor komt. Stel voor om dit te doen om maandag, dinsdag en donderdag”
Meneer is herstellende van beperkingen in de energetische huishouding. Meneer werkt nu 3 dagen van 3 uur per dag in administratieve taken en dit gaat goed. Advies is verder opbouwen op geleide van mogelijkheden. Daarbij kan gedacht worden aan tweewekelijks opbouwen met 1 werkdag van 3 uur per dag en na opbouwen van dagen tweewekelijks opbouwen met 1 uur per dag tot volledige contracturen. Prognose tot volledige terugkeer is onbekend.”
“als ik een beter uur heb dan doe ik wel eens wat in mijn huis”. Zij heeft toegelicht dat de buurvrouw van [de werknemer] haar nicht en tevens één van haar betere vriendinnen is en dat zij daar ook veel komt, wat [de werknemer] niet weet en ziet, en dat zij hem onder meer heeft zien klussen en lopen, op trapjes heeft zien staan, met kruiwagens heeft zien lopen en bedden heeft zien sjouwen. [HR manager] heeft gezegd dat [de werknemer] liegt en bedriegt omdat zij hem de ochtend van het gesprek nog met een kruiwagen heeft zien lopen terwijl hij de dag ervoor op zijn werk had aangegeven ernstige rugklachten te hebben.
“ruim drie maanden al vanuit de arbo 16 uur per week zou moeten komen werken”hetgeen niet is gebeurd, dat hij onvoldoende proactief is geweest in de re-integratie en dat hij een aantal zaken van [de werkgever] heeft gebruikt en leveranciers van [de werkgever] heeft ingeschakeld voor de verbouwing van zijn huis zonder dat te vertellen. Aan het eind van het gesprek heeft [HR manager] het volgende tegen [de werknemer] gezegd, aldus de transcriptie van [de werkgever] :
eruit komen is dat wij met een VSO[hof: vaststellingsovereenkomst]
eruit komen. Dat jij op neutrale gronden onze organisatie verlaat en dat je WW-veilig hier kunt vertrekken en dat je een normale transitievergoeding meekrijgt om de schijn bij het UWV tegen te gaan dat er andere dingen gespeeld hebben. Dat is de mogelijkheid. En dat is niet onderhandelbaar. Voor alles daarboven zien we elkaar bij de rechter.”
Bij hem is sprake van een ernstige ziekte, waarvoor hij in behandeling is en zal blijven. Deze ziekte is na enkele maanden verzuim vanwege een andere ziekteoorzaak bij toeval aan het licht gekomen. Voor de oorspronkelijke ziekte waarbij hij destijds is uitgevallen zou hij in aanmerking komen voor gespecialiseerde medische behandeling. Die is echter door de huidige ziekte on hold gezet door zijn behandelaar. Een en ander heeft weerslag op zijn persoonlijk en sociaal functioneren. Daarvoor wordt een gespecialiseerde behandelaar ingezet, met wie hij op 5/1 een eerste afspraak heeft.
Ik heb zojuist het verslag van de arbodienst gelezen en zie daarin terug dat wij het opbouwschema van begin december (7-12) moeten volgen. Dat schema volgend betekent dat je per volgende week (week 3) 5x5 uur kan werken. Graag ontvang ik vandaag jouw schema voor volgende week. (…)”
Afgelopen vrijdag heb je een gesprek gehad met een psycholoog van [bedrijf] . Zij heeft mij inmiddels teruggekoppeld dat jouw ziekmelding van 18 januari jl. is terug te voeren op de ontstane situatie op het werk en dat deze dan ook dient te worden opgelost. De ontstane situatie wordt niet opgelost door een volledig ziekmelding. Zoals eerder besproken houden wij ons als werkgever aan het opbouwschema zoals door de arboarts is vastgesteld en meermaals bevestigd. Dit betekent dat jij deze week 5 keer 5 uur kan werken. Als je het daar niet mee eens bent, kun je een deskundigenoordeel aanvragen bij het UWV (…) Ik ga ervan uit dat je vanaf morgen het opbouwschema volgt. Als dat niet het geval is, zal [de werkgever] de loondoorbetaling opschorten. (…)”
Betrokkene is ruim 2 weken geleden volledig uitgevallen ten gevolge van beperkingen rechtstreeks samenhangend met toename van zijn ziekte en de behandeling die hij daarvoor heeft. (…) In principe verwacht ik dat er dan werk weer re-integratiemogelijkheden zullen ontstaan en hij weer een opbouwschema zal kunnen hanteren zoals reeds eerder door collega [arboprofessional] gegeven. Advies om weer van voor af aan te beginnen. Daarnaast is er sprake van een arbeidsconflict waarvoor ik adviseer om op korte termijn mediation in te zetten. (…)”
Werknemer geeft aan dat hij vanaf 7 december 2020 aangepaste werkzaamheden verricht heeft in administratieve taken voor 3x3 uur per week. Hij volgt hiermee het advies van de bedrijfsarts op. Die heeft immers aangegeven op 7 december 2020 dat werknemer 3x3 uur per week kan werken in aangepast werk. Werkgever geeft aan dat werknemer vanaf 7 december 2020 niet 3x3 uur per week op kantoor is geweest. Controleren van thuiswerk is niet mogelijk, aldus werkgever. Discussie is ook ontstaan op de zinsnede ‘op geleide van klachten’. Omdat op 29 december 2020 door bedrijfsarts [bedrijfsarts] aangegeven wordt dat er mogelijk terugvallen zijn, en ik uit de bijstelling van 9 februari 2021 verneem dat werknemer zich ruim 2 weken geleden volledig heeft ziekgemeld t.g.v. beperkingen rechtstreeks samenhangend met toename van zijn ziekte en de behandeling, kan ik niet concluderen dat werknemer niet meewerkt aan het opbouwschema.”
kwalificeren in de zin van artikel 7:671b lid 8, aanhef en sub b BW (het hof begrijpt: sub c BW) en [de werkgever] te veroordelen om aan [de werknemer] een billijke vergoeding aan hem te betalen van € 643.752,90 bruto, dan wel het netto equivalent daarvan, te vermeerderen met wettelijke rente,
- [de werkgever] te veroordelen om aan [de werknemer] € 821,50 netto te betalen ter zake vertragingsrente, te vermeerderen met wettelijke rente;
- [de werkgever] te veroordelen om aan [de werknemer] € 100,00 netto te betalen ter zake de kosten van het deskundigenoordeel, te vermeerderen met wettelijke rente;
- [de werkgever] te veroordelen om aan [de werknemer] € 2.850,00 netto te betalen ter zake te weinig betaalde transitievergoeding/onterecht ingehouden kilometervergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente;
- [de werkgever] te veroordelen in proceskosten in beide instanties, te vermeerderen met wettelijke rente.
[de werknemer] heeft ter zitting in hoger beroep verklaard aan [manager operations] te hebben gevraagd of hij leveranciers mocht benaderen.
“Door [installateur] werd ik overvallen. Dat werd me medegedeeld toen [de werknemer] bezig was met een warmtepomp . Het is nooit gevraagd, het was gewoon een mededeling. (…) In januari werd ik geconfronteerd met een schilder. (…) Dat was tijdens ziekteperiode. (…) Ik was in de stand van zorg dat die woning afkwam. Ik heb het laten gaan. Ik doe er niets mee want het huis moest af. [de werknemer] was met zoveel dingen bezig, meneer geeft EHBO cursus ook nog privé problemen met kinderen en dergelijke en zelf ziek, ik heb altijd aangegeven ik laat het nu gaan.”
“Ik heb in mei 2018 toestemming gevraagd aan [manager operations] voor het gebruiken van de aanhanger. Ik heb vervolgens vaker gevraagd of de aanhanger weer terug moest, maar dat hoefde niet want er waren er genoeg en dat scheelde ruimte. Op het eerste verzoek daartoe heb ik de aanhanger geretourneerd. De steenklipper was toen al geretourneerd.”
“Ik kan me niet herinneren dat [de werknemer] vroeg om een aanhanger. Ik bepaal wat er wordt uitgeleend. Als er een keer een aanhanger gevraagd wordt dan mag iemand best een aanhanger lenen. Dat doet iedereen.”
“De kwantiteit, de snelheid, het zit er allemaal niet in, dus ja, in ben er eigenlijk, met dit verhaal, ik ben er eigenlijk zo klaar mee, dat ik jou, ik vertrouw jou niet meer. Het vertrouwen is gewoon weg bij mij. En dat vertrouwen krijg je niet meer goed. (…) Wat er ook gebeurt, bij mij ben je helemaal af. Je bent bij mij echt over de grens heengegaan (…) en dan komt het niet meer goed. En ik ben jouw leidinggevende, dus daar blijf je heel veel last van houden”. [HR manager] heeft [de werknemer] beticht van liegen en bedriegen en heeft verklaard woedend te zijn. Vervolgens zijn partijen nog een mediationtraject gestart, maar dat heeft niet tot verbetering geleid.
4.De beslissing
€ 40.000,00 bruto, dan wel het netto equivalent daarvan, met bepaling dat dit bedrag binnen 14 dagen na de dag van deze uitspraak moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijk rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;