Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen en hadden tot april 2020 een affectieve relatie. Na beëindiging van de relatie ontstond een conflict over het ouderlijk gezag en de omgangsregeling. De rechtbank Oost-Brabant kende gezamenlijk gezag toe en stelde een zorgregeling vast waarbij de kinderen deels bij de vader verblijven. De moeder ging hiertegen in hoger beroep.
De moeder betoogde dat vanwege de gebrekkige communicatie en het vastgelopen contact het gezamenlijk gezag onwenselijk is en dat de omgangsregeling praktisch niet uitvoerbaar is. De vader stelde dat de moeder de communicatie en omgang frustreert en dat gezamenlijk gezag noodzakelijk is voor betrokkenheid bij belangrijke beslissingen en het welzijn van de kinderen.
Het hof overwoog dat gezamenlijk gezag mogelijk blijft ondanks communicatieproblemen, mede gelet op de belangen van de kinderen en het risico dat zij klem raken tussen de ouders. Het hof bekrachtigde het gezamenlijk gezag en de zorgregeling, waarbij de gecertificeerde instelling de regie krijgt over het contactherstel en de uitvoering van de regeling. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.