Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
wordtafgewezen.
slechtswordt afgewezen op de twee vermelde gronden. Daaruit volgt niet dat de rechter, als een van die gronden zich voordoet, tot afwijzing van het verzoek gehouden is. De door het onderdeel verdedigde uitleg is voorts niet in overeenstemming met de tekst van art. 1:251a lid 1 BW, die luidt dat de rechter eenhoofdig gezag aan een ouder
kantoekennen indien een van de genoemde gronden zich voordoet. Uit die formulering volgt dat de rechter, ook indien is voldaan aan het klemcriterium, ruimte heeft om het gezamenlijk gezag toch in stand te laten.
4.Beslissing
27 maart 2020.