Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de vennootschap 1] ,
[de Holding B.V.],
[Haarstudio B.V.],
[Holding BVBA],
gevestigd te [vestigingsplaats] , België,
[de vennootschap 2],
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 14 december 2021,
- de memorie van antwoord, met producties,
- de mondelinge behandeling, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de door [appellante] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling bij akte in het geding gebrachte producties; en
- de door [de vennootschap 1 c.s.] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling bij akte in het geding gebrachte producties.
6.De beoordeling
verzoek ten grondslag gelegd dat [appellante] zich mede schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige daad, althans dat zij ongerechtvaardigd is verrijkt door de vruchten daarvan te plukken, aangezien al het door de fraude verkregen geld is opgemaakt waarbij steeds gemiddeld € 40.000,- per maand aan privé-uitgaven is gedaan. De voorzieningenrechter heeft in de verlofbeschikking de vordering van [de vennootschap 1 c.s.] op [appellante] begroot op € 1.003.255,78.