Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,2. [appellant] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/370102 / HA ZA 20-166)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [advocatenkantoor B.V.] verleende verstek;
- de memorie van grieven, met producties.
3.De beoordeling
- [advocatenkantoor B.V.] is advocaat en verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van afspraken
- [advocatenkantoor B.V.] heeft nagelaten de opdracht en wie opdrachtgever was schriftelijk vast te leggen
- het ging om werkzaamheden in verband met een huis dat in eigendom toebehoorde aan [appellante] , in samenhang met het faillissement van [appellant] (3.1.2 hiervoor)
- [appellant] en [appellante] hebben overleg gevoerd met [advocatenkantoor B.V.] over de werkzaamheden
- [advocatenkantoor B.V.] heeft op verzoek van [appellant] facturen op naam gesteld van successievelijk een aantal vennootschappen, aanvankelijk heeft de desbetreffende vennootschap iedere nota betaald, maar op enig moment weigerde de als laatste aangewezen vennootschap, [wooncentrum] B.V., dat.
“
De door u toegezonden fakturen zijn reeds eerder berekend aan het bedrijf van mijn man, [appellant] en aan hem privé. Deze was ook opdrachtgever in de gevoerde procedures.Indien niet alles zo dramatisch slecht was verlopen zou betaling al geruime tijd geleden aan u hebben plaatsgevonden. Door het verliezen van al de procedures is het voor hem voorlopig onmogelijk geworden zijn verplichtingen jegens u na te kunnen komen, doch dit is geen reden om mij hiervoor te belasten. Hij heeft u om geduld gevraagd om de zaken weer op de rails te kunnen krijgen, waar ik mij bij aansluit. Nog dit jaar komt er ruimte om deze schuld te kunnen voldoen. In ieder geval ben ik geen partij voor u en dient u de declaraties met uw opdrachtgever te regelen.”
(i) [appellante c.s.] . heeft gelijk dat [advocatenkantoor B.V.] heeft verzuimd de afspraken schriftelijk vast te leggen conform de gedragsregels van de advocatuur en de tenaamstelling van de facturen heeft gewijzigd (namelijk: de aanwijzing van vennootschappen voor de betaling, op verzoek van [appellante c.s.] .). Indien onzekerheid bestaat over wie de opdrachtgever is, komt dat voor rekening van [advocatenkantoor B.V.] . Maar dat is in de context niet het geval zodat er geen aanleiding is voor een ander oordeel over de afspraken en over de vraag wie opdrachtgever is geweest.
(ii) Dat geldt ook indien, zoals [appellante c.s.] . aanvoert, [advocatenkantoor B.V.] nooit (uitdrukkelijk) tegen [appellante] heeft gezegd dat en bij benadering hoeveel zij zou moeten betalen indien de betaling niet zou lukken via de aangewezen vennootschappen. Niet voldoende duidelijk is dat [advocatenkantoor B.V.] zicht had op de omvang van de verwachte werkzaamheden en een redelijke basis had voor een schatting, of een verzoek van [appellante c.s.] . heeft ontvangen of een andere reden had om een schatting te verstrekken. [appellante c.s.] . heeft daarover niets concreets naar voren gebracht.
(iii) [appellante c.s.] . wijst ook op de e-mail van november 2015, waarin [appellant] aan [advocatenkantoor B.V.] schreef dat [appellante] in elk geval nooit opdrachtgever is geweest. Partijen zijn het erover eens dat deze mail is verzonden nadat de werkzaamheden al waren uitgevoerd. Daarom legt deze mail weinig gewicht in de schaal. [appellante c.s.] . heeft het standpunt, dat dezelfde boodschap steeds is gebracht, niet onderbouwd aan de hand van concrete feiten.
(iv) [appellante c.s.] . noemt ook de omstandigheid dat [advocatenkantoor B.V.] facturen op naam van de aangewezen vennootschappen heeft gesteld. [appellante c.s.] . ziet hierin een aanwijzing dat de vennootschappen de opdrachtgever en als enige verantwoordelijk voor de betaling waren. Dat klopt naar het oordeel van het hof niet. Het hof verwijst naar de context en de beoordeling hiervoor.
- het bestreden vonnis bekrachtigen
- [appellante c.s.] . veroordelen in de proceskosten in hoger beroep, als de in het ongelijk gestelde partij.