Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9438423 \ CV EXPL 21-4648)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep, tevens houdende grieven, van 7 december 2021 met één productie en met vermindering van eis;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van 18 januari 2022;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met negen producties en met vermeerdering van eis;
- de mondelinge behandeling van 3 mei 2022, waarbij [geïntimeerden] pleitnotities heeft overgelegd.
3.De beoordeling
en mevrouw[appellanten] vóór het verstrijken van de overeengekomen huurperiode de erven nog één jaar de tijd hebben om de schuur in overleg met de familie [geïntimeerden] op te leveren. Daaruit volgt in de eerste plaats dat kennelijk ook mevrouw [appellanten] gebruik mag maken van de schuur (de periode van één jaar gaat immer pas in na het overlijden van beiden), maar ook dat [geïntimeerden] instemt met een voortgezet gebruik door de erfgenamen gedurende één jaar na het overlijden van de heer en mevrouw [appellanten] . Voorts heeft de heer [geïntimeerden] bij gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaard dat hij er geen bezwaar tegen heeft wanneer [appellanten] vergezeld wordt van een zoon of mevrouw [appellanten] , maar wel tegen het gebruik van zijn erf door onbekende derden. Op grond hiervan neemt het hof voorshands aan dat met artikel 8.20 niet is beoogd om de toegang tot en het gebruik van het gehuurde strikt te beperken tot de persoon van de heer [appellanten] .
onbeperktgebruik van de bestaande toegangsweg en
vrijetoegang tot het gehuurde moet verlenen. Dat betekent dat [appellanten] aan [geïntimeerden] geen toestemming hoeft te vragen om hiervan gebruik te maken en dat [geïntimeerden] [appellanten] in staat moet stellen om, telkens wanneer hij dat wil, zonder belemmeringen toegang tot het gehuurde te verkrijgen. Dat sluit het gebruik van de toegangsweg en het verkrijgen van toegang door derden niet uit, maar daarvoor is een aparte toestemming van [geïntimeerden] nodig. Nu [appellanten] in zijn petitum de gevraagde ongehinderde toegang niet heeft beperkt tot zichzelf, heeft de kantonrechter voor wat betreft het karakter van “ongehinderd” de verlangde voorziening op goede gronden beperkt tot de heer [appellanten] . Grief 1 in het principaal beroep kan niet slagen.