De man en de vrouw zijn gehuwd geweest en gescheiden met een convenant waarin partneralimentatie is vastgesteld. De vrouw ontving een brief van het pensioenfonds ABP waaruit zij meende dat de man een hoger pensioen ontving dan afgesproken. Zij startte daarop een procedure om de alimentatie te verhogen. De man reageerde pas na maanden met de gevraagde informatie, waaruit bleek dat het pensioen gelijk was aan het convenant. De vrouw trok daarop haar verzoek tot wijziging in, maar vroeg wel proceskostenvergoeding.
De rechtbank verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wijziging en veroordeelde de man in de proceskosten. De man ging in hoger beroep en voerde aan dat de vrouw onterecht een procedure was gestart op basis van onjuiste interpretatie van de pensioenbrief en dat hij onvoldoende tijd had gehad om stukken te overleggen.
Het hof overwoog dat in familierechtelijke procedures normaliter proceskosten worden gecompenseerd, tenzij sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Het hof vond dat de man de vrouw onnodig op kosten had gejaagd door pas na vier maanden de gevraagde informatie te verstrekken, terwijl hij deze al had. De proceskostenveroordeling van de rechtbank werd bekrachtigd. In hoger beroep werden de proceskosten gecompenseerd omdat geen van beide partijen onnodig had geprocedeerd.