Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
- partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van 22 december 2003 tot 9 september 2009;
- uit hun huwelijk zijn de volgende thans nog minderjarige kinderen geboren:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. De man was op grond van eerdere beschikking verplicht kinderbijdrage te betalen, welke later op nihil is gesteld. De man verzocht de kinderbijdrage opnieuw op nihil te stellen, maar trok dit verzoek vlak voor de zitting in. De vrouw handhaafde haar verzoek tot proceskostenvergoeding wegens onnodige procedurekosten.
De rechtbank oordeelt dat de man niet-ontvankelijk is in zijn verzoek omdat hij het niet handhaaft. Hoewel de man stelt niet op de hoogte te zijn geweest van de nihilstelling, had hij hiervan op de hoogte moeten zijn gezien zijn eerdere betrokkenheid bij de procedure. De vrouw heeft de man bovendien tijdig gewezen op de nihilstelling.
De rechtbank acht een proceskostenveroordeling passend omdat de vrouw onnodig kosten heeft moeten maken. De mogelijke toelating van de man tot de Wsnp staat een proceskostenveroordeling niet in de weg. De man wordt veroordeeld tot betaling van € 287,- aan proceskosten.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot nihilstelling en veroordeeld tot betaling van € 287,- proceskosten.