ECLI:NL:GHSHE:2022:2234
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen kennelijk niet-ontvankelijke verklaring hoger beroep wegens intrekking
Belanghebbende stelde dat het hoger beroep ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk was verklaard door het hof, omdat het hoger beroep op dat moment al was ingetrokken. Het hof nam in de verzetprocedure kennis van de intrekkingsbrief die niet eerder in het dossier zat, en ging om proceseconomische redenen uit van de juistheid van de intrekking.
Daardoor was de uitspraak van 16 maart 2022 formeel onjuist omdat het hof geen uitspraak meer had mogen doen over het ingetrokken hoger beroep. Desondanks was onduidelijk welk procesbelang met het aanvechten van deze uitspraak werd gediend, aangezien belanghebbende op de inhoudelijke punten niet in een betere positie kwam.
Het hof concludeerde dat het verzet vooral was ingesteld om een proceskostenvergoeding te verkrijgen, wat onwenselijk is en strijdig met de goede procesorde. Daarom werd het verzet gegrond verklaard maar werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak werd gedaan door raadsheer Pijnenburg en griffier Van Rooij-Beckers en is niet vatbaar voor cassatie.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd, maar er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.