Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg waarin verdachte was veroordeeld voor het meermalen plegen van seksueel binnendringen bij een minderjarige onder de twaalf jaar. De verdachte was primair veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten behoeve van het slachtoffer.
In hoger beroep richtte de verdediging zich tegen de vrijspraak van andere tenlastegelegde feiten en voerde zij meerdere verweren aan, waaronder niet-ontvankelijkheid van het slachtoffer in de vordering en het ontbreken van causaal verband voor de schade. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van die feiten en bevestigde het overige vonnis, met een aanpassing van de bewijsvoering.
Het hof constateerde een lichte overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, veroorzaakt door twee aanhoudingen vanwege de gezondheidssituatie van verdachte, welke voor zijn rekening komen. Daarnaast verhoogde het hof de schadevergoedingsmaatregel met €316,96 tot een totaal van €3.804,44, bestaande uit materiële en immateriële schade, en legde de wettelijke rente vast. De duur van gijzeling werd vastgesteld op maximaal 48 dagen, zonder dat deze de verplichting tot schadevergoeding opheft.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het hof op 28 februari 2022, waarbij mr. Dekking vanwege omstandigheden het arrest niet medeondertekende.