Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van kwijting aan [slachtoffer] te betalen een totaalbedrag van € 3.487,48, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 487,48 vanaf 5 december 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening en verder te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.000,00 vanaf 31 oktober 2010 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat [slachtoffer] in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk is en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt verdachte in de kosten door [slachtoffer] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van [slachtoffer] , een totaalbedrag van € 3.487,48 vermeerderd met de wettelijke rente over € 487,48 vanaf 5 december 2019 en verder vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.000,00 vanaf 31 oktober 2010 te betalen, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 44 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis betalingsverplichting niet opheft;
- verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.