Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[[X]] Beheer B.V.,
6.Het verloop van de procedure na verwijzing
- het tussenarrest van 11 mei 2021,
- de akte uitlating van [appellanten]
7.De verdere beoordeling na verwijzing
- van verval van recht op uitkering op grond van artikel 7:941 lid 5 BW Pro (opzet tot misleiden) is geen sprake;
- het hof dient het subsidiaire beroep van De Amersfoortse op artikel 7:941 lid 4 BW Pro in relatie tot artikelen 1.4 en 13.5 van de polisvoorwaarden en, zo nodig, het meer subsidiaire beroep op artikel 7:941 lid 3 BW Pro nader te beoordelen;
- de medische aandoening van [appellant] (OSS) staat vast en is een geobjectiveerde medische stoornis en de optredende verschijnselen zijn een “uiting van ziekte” aldus [persoon B] cs.;
- alle inhoudelijke klachten en motiveringsklachten tegen de oordelen van het hof over (de mate van) arbeidsongeschiktheid van [appellant] zijn niet meer aan de orde; de uitkering van [appellant] dient vanaf 1 maart 2007 te worden vastgesteld op basis van een indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 80-100%;
- [appellant] De Amersfoortse op eigen initiatief had moeten informeren over de uitbreiding en het andere karakter van zijn werkzaamheden voor/bij Frontplan (spontane mededelingsplicht);
- [appellant] deze mededelingsplicht/informatieplicht heeft geschonden;
- De Amersfoortse door de schending van de mededelingsplicht door [appellant] in een redelijk belang, als bedoeld in artikel 7:941 lid 4 BW Pro, is geschaad.
in beginselgeen ruimte meer voor het innemen van nieuwe stellingen. Feiten of omstandigheden op grond waarvan van deze in beginsel strenge regel zou moeten worden afgeweken, zijn gesteld noch gebleken.
in beginselgeen ruimte meer is voor het innemen van nieuwe stellingen. Feiten of omstandigheden op grond waarvan van deze in beginsel strenge regel zou moeten worden afgeweken, zijn ook hier niet gesteld of gebleken.
in hoger beroep 1het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 4 februari 2015 vernietigen, behoudens voor zover het de veroordeling tot betaling van de kosten van de deskundige (voor zover door [appellant] betaald) betreft. Voor wat betreft de kosten van de deskundige (voor zover door [appellant] betaald) wordt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 4 februari 2015 bekrachtigd.
in hoger beroep 2de vonnissen van de rechtbank Gelderland van 30 september 2015 en 12 juli 2017, behoudens de verklaring voor recht (rov. 4.1. van het eindvonnis), proceskostenveroordeling en de uitvoerbaar bij voorraad verklaring, vernietigen. Bedoelde verklaring voor recht kan worden bekrachtigd, omdat het hof van oordeel is dat het subsidiaire beroep van De Amersfoortse op verval van het recht op uitkering onder de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met schending door [appellant] van zijn mededelingsplicht slaagt en De Amersfoortse gerechtigd was de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden.
8.De uitspraak
in hoger beroep 2de vonnissen van de rechtbank Gelderland van 30 september 2015 en 12 juli 2017, behoudens voor zover het de door de rechtbank uitgesproken verklaring voor recht (rov. 4.1. van het eindvonnis), proceskostenveroordeling en de uitvoerbaar bij voorraad verklaring betreft,
- € 5.200,00 aan griffierecht,
- € 18.712,00 aan salaris advocaat,