ECLI:NL:HR:2006:AU9717
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg en dekking van verzekering bij libelzaak binnen filmindustrie
In deze zaak staat een geschil centraal over de dekking van een verzekering die is afgesloten op de Londense beurs, waarbij de vraag is of een vordering wegens laster ('libel and slander') onder de polis valt als een 'accident'. Polygram, de verzekerde, had een schikking getroffen in een libelprocedure en vorderde vergoeding van Royal c.s., de verzekeraars, voor de betaalde schade en gemaakte juridische kosten.
De rechtbank wees de vordering af vanwege te late melding en het ontbreken van een geldige melding aan de verzekeraars, aangezien de makelaar L&O als vrije tussenpersoon niet als vertegenwoordiger van de verzekeraars werd gezien. Het hof vernietigde dit vonnis en kende grotendeels vergoeding toe, waarbij het beroep op het vervalbeding wegens te late kennisgeving naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar werd geacht.
De Hoge Raad stelt dat de uitleg van het begrip 'accident' in de polis mede moet worden bepaald door de opvattingen op de Londense assurantiemarkt en dat het hof ten onrechte het bewijsaanbod van Royal c.s. heeft gepasseerd. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling, waarbij ook het beroep op het vervalbeding opnieuw beoordeeld moet worden. Het incidentele beroep van Polygram wordt verworpen.
De Hoge Raad benadrukt dat de motivering van de schatting van schadevergoeding op grond van art. 6:97 BW Pro aan lage eisen voldoet en bevestigt dat het beroep op het vervalbeding in beginsel openstond, maar dat het hof dit op grond van redelijkheid en billijkheid heeft beperkt. De uitspraak is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2006.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug voor verdere behandeling over polisinterpretatie en vervalbeding.