ECLI:NL:GHSHE:2022:2775
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging informatiebeschikking inzake niet opgegeven Zwitserse bankrekeningen in belastingaangiften
Belanghebbende en zijn broer hadden in de jaren 2008 tot en met 2014 bankrekeningen bij UBS in Zwitserland die niet in hun belastingaangiften waren vermeld. De Inspecteur gaf op grond van artikel 52a AWR een informatiebeschikking om relevante gegevens, zoals mutaties op de rekeningen, contante opnamen, en documenten over een voorgenomen Zwitserse onderneming, op te vragen.
Belanghebbende verstrekte onvoldoende informatie en verwees onder meer naar het verlies van documenten door inbeslagname bij zijn gemachtigde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de informatiebeschikking ongegrond en stelde een termijn van vier weken voor het alsnog voldoen aan het informatieverzoek.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de Inspecteur terecht de informatiebeschikking had gegeven. Het hof verwierp de stelling dat het niet kunnen verstrekken van gegevens door inbeslagname aan belanghebbende kon worden toegerekend. Tevens oordeelde het hof dat de gevraagde informatie van belang was voor de juiste belastingheffing en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet aan zijn informatieplicht kon voldoen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt het belang van volledige en tijdige informatieverstrekking bij belastingonderzoeken, ook wanneer documenten niet meer beschikbaar zijn door omstandigheden binnen de risicosfeer van de belastingplichtige.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de informatiebeschikking en verklaart het hoger beroep ongegrond.