Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/361629 / HA ZA 19-482)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Op 6 februari 2013 raakte appellant met zijn auto van de linker rijstrook en botste tegen een bewegwijzeringspaal, nadat een andere bestuurder, [persoon B], van de rechter naar de linker rijstrook was overgestoken. Appellant stelde dat [persoon B] zonder noodzaak en zonder richting aan te geven van rijstrook wisselde, hem hinderde en aansprakelijk was voor het ongeval.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat [persoon B] onrechtmatig handelde. Het hof bevestigt deze feitenvaststelling en wijst de grieven van appellant af. Het hof overweegt dat appellant de bewijslast draagt en niet slaagt in het aantonen van onrechtmatig handelen of het toepassen van de omkeringsregel.
Het hof weegt verklaringen van getuigen en partijen, merkt op dat de verklaringen uiteenlopen en dat het niet vaststaat dat [persoon B] geen richting heeft aangegeven of appellant heeft gehinderd. Ook is onvoldoende onderbouwd dat [persoon B] de bewijslast bewust heeft bemoeilijkt.
Uiteindelijk bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van appellant af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.