Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[de vennootschap] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/251104 / HA ZA 18-296)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met productie 138;
- de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis met producties 139-160;
- de memorie van antwoord met productie 64;
- de mondelinge behandeling van 13 december 2021, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 25 november 2021 door mr. Houben-Timmermans toegezonden producties 161-164, die bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding zijn gebracht.
3.De beoordeling
- Grote kans op ziekte/verzuim/uitval;
- Beschadiging van personen;
- Verkokering binnen de vakgroep;
- Weinig bereidheid tot extra taken;
- Focus op individuele belangen i.p.v. vakgroep/ZH belang.
medete wijten is aan de medisch specialist. Volgens [appellant] c.s. leidt uitleg op grond van de CAO-norm ertoe dat het gebrek aan samenwerking uitsluitend toe te rekenen moet zijn aan één specialist.