Belanghebbenden zijn eigenaar van een vrijstaande woning die zij in 2015 kochten voor €860.000. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarden vast op €897.000 (2017), €950.000 (2018) en €1.037.000 (2019). Belanghebbenden maakten bezwaar tegen deze waarden en stelden lagere waarden voor, gebaseerd op taxatierapporten die dezelfde referentieobjecten en grondstaffels gebruikten.
De rechtbank wees de beroepen af, waarna belanghebbenden hoger beroep instelden. Het hof oordeelt dat het eigen aankoopcijfer, ondanks het ontbreken van een erkende makelaar en biedingsproces, geschikt is als indicatie voor de waarde in het economische verkeer per 1 januari 2017. Voor 2018 en 2019 kan het eigen aankoopcijfer niet exclusief worden gebruikt, maar het biedt wel steun bij de waardebepaling.
De heffingsambtenaar baseerde de waardering op taxatierapporten met referentieobjecten en bouwtekeningen, waarbij een kleine inhoudsafwijking niet leidt tot een te hoge WOZ-waarde. De prijs per kubieke meter in de rapporten van belanghebbenden werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. Het hof verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt de WOZ-waarden en aanslagen.