Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
€ 316.327,13.
BESLISSING
€ 316.327,13 (voluit: driehonderdzestienduizend driehonderdzevenentwintig euro en dertien eurocent);
nihil.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen een vonnis waarin de betrokkene werd veroordeeld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel uit schuldwitwassen. De rechtbank had het bedrag vastgesteld op €61.338,87 en de betrokkene hoofdelijk aansprakelijk gesteld samen met haar echtgenoot.
Het hof oordeelde dat de betrokkene zelf geen voordeel had genoten van de witwashandelingen, maar wel samen met haar echtgenoot als economische eenheid het voordeel van €316.327,13 had genoten, verkregen door valselijk opgemaakte subsidieverzoeken. Het hof stelde vast dat de betalingsverplichting niet hoofdelijke aansprakelijkheid kon zijn, omdat de wettelijke grondslag daarvoor ontbrak bij toepassing van het derde lid van artikel 36e Sr.
Gezien de onherroepelijke veroordeling van de echtgenoot tot terugbetaling van het gehele bedrag, matigde het hof de betalingsverplichting van de betrokkene naar nihil. Tevens constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg met ruim een maand, maar dit had geen invloed op de beslissing.
Het arrest bevestigt de toepassing van artikel 36e Sr, waarbij ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ook kan worden vastgesteld op grond van andere strafbare feiten dan het bewezenverklaarde witwassen, mits aannemelijk is dat voordeel is genoten. De zaak benadrukt de beperking van hoofdelijke aansprakelijkheid bij ontnemingsvorderingen in samenhang met de toepasselijke wetsartikelen.
Uitkomst: Het hof stelt het ontnemingsbedrag vast op €316.327,13 en legt de betalingsverplichting van de betrokkene op nihil.