ECLI:NL:GHSHE:2022:3499

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 september 2022
Publicatiedatum
14 oktober 2022
Zaaknummer
20-001158-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 279 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep en tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens diefstal met braak

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin verdachte was veroordeeld tot 240 dagen gevangenisstraf wegens diefstal gepleegd door middel van braak. Tevens werd de tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen aan de orde gesteld.

De rechtbank had de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden gedeeltelijk toegewezen en de proeftijd verlengd. In hoger beroep voerde de verdediging verweer tegen deze tenuitvoerlegging, maar het hof oordeelde dat gezien het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd, de tenuitvoerlegging terecht is gelast.

Het hof verbeterde enkele voetnoten in de bewijsmiddelen en vernietigde het vonnis voor zover het de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf onder parketnummer 02-063136-19 betrof, waarna het in die zaak opnieuw recht deed. De tenuitvoerlegging van de drie maanden gevangenisstraf werd gelast met aftrek van voorarrest. Het vonnis waarvan beroep werd in alle overige onderdelen bevestigd.

Uitkomst: Tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wordt gelast wegens het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001158-21
Uitspraak : 14 september 2022
TEGENSPRAAK (ex. 279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 26 april 2021, parketnummer 02-240538-20 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummers 02-097618-17, 02-063136-19, 02-145900-18, 02-152821-17, 02-168232-18, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte veroordeeld ter zake van:
  • feit 1 primair, feit 3, feit 5 primair, feit 6 primair, telkens:
  • feit 2 subsidiair:
  • feit 4, feit 8, telkens:
  • feit 7 primair:
heeft gebracht door middel van braak;
tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen.
Voorts heeft de rechtbank beslist op de vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] .
Voorts heeft de rechtbank ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende.
Tot slot heeft de rechtbank beslist op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen onder parketnummers 02-097618-17, 02-063136-19, 02-145900-18, 02-152821-17 en 02-168232-18.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Namens de verdachte is verweer gevoerd tegen de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straffen onder de parketnummers 02-097618-17, 02-063136-19, 02-145900-18, 02-152821-17 en 02-168232-18.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met aanvulling c.q. verbetering van de gronden waarop het berust, te weten:
met verbetering van de bewijsmiddelen;
met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijke opgelegde straf onder parketnummer 02-063136-19,
het hof zal in zoverre opnieuw recht doen.
A. Verbetering van de bewijsmiddelen
Verbetering van de bewijsmiddelen
De rechtbank heeft op pagina 25 als bewijsmiddel onder XX. opgenomen: “De foto van de tas (gedragen door de aangever) zoals hierboven omschreven in het proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde 2] , op
pagina 115”. Naar het oordeel van het hof behoeft deze voetnoot verbetering, met dien verstande dat de voetnoot als volgt komt te luiden: “De foto van de tas (gedragen door de aangever) zoals hierboven omschreven in het proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde 2] , op
pagina 155”.
De rechtbank heeft op pagina 28 als bewijsmiddel onder XXXI. opgenomen: “Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 oktober 2020 door verbalisant [verbalisant] , op
pagina 84 en 85”. Naar het oordeel van het hof behoeft deze voetnoot verbetering, met dien verstande dat de voetnoot als volgt komt te luiden: “Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 oktober 2020 door verbalisant [verbalisant] , op
pagina 6 en 7”.
B. Vordering tenuitvoerlegging (parketnummer 02-063136-19)
De officier van justitie te Zeeland-West-Brabant heeft op 23 december 2020 de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank te Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 4 april 2019 onder parketnummer 02-063136-19. De rechtbank heeft deze vordering tot tenuitvoerlegging van de opgelegde drie maanden gevangenisstraf gedeeltelijk, voor twee maanden, toegewezen en voor de resterende maand voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf de proeftijd verlengd met 1 jaar. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De verdediging heeft verweer gevoerd tegen de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, de tenuitvoerlegging dient te worden gelast. Het hof ziet in hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht geen reden om de tenuitvoerlegging af te wijzen nu dit niet nader -met stukken- is onderbouwd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijke opgelegde straf onder parketnummer 02-063136-19 en doet in zoverre opnieuw recht.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 april 2019, parketnummer 02-063136-19, te weten van:
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. F. van Es, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,
en op 14 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.