Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
4 februari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over meervoudige diefstal, opzetheling en diefstal door braak. De verdachte werd eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen voor de duur van de gevangenisstraf, met een voorstel tot vermindering daarvan. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest behalve voor de strafduur.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de straf met 7 dagen, van 240 naar 233 dagen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur, vermindert de straf, en verwerpt het beroep voor het overige. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 240 naar 233 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.