ECLI:NL:GHSHE:2022:3712
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot verlaging bijdrage levensonderhoud en studie dochter
De vader verzocht bij de rechtbank Limburg om een verlaging van zijn bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van zijn jongmeerderjarige dochter, met ingang van 7 januari 2021. Hij stelde dat zijn inkomen door de verkoop van verhuurde panden drastisch was gedaald en dat hij slechts een IVA-uitkering ontvangt. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de vader in hoger beroep ging.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld en daarbij onder meer de verkoopopbrengst van circa €117.000,- en de verbouwing van de nieuwe woning van de vader onderzocht. De vader kon niet voldoende onderbouwen dat hij het vermogen volledig had moeten aanwenden voor noodzakelijke uitgaven, noch dat hij niet uit zijn resterend vermogen kon bijdragen aan de kosten voor zijn dochter.
Het hof oordeelde dat de vader uit zijn vermogen kan bijdragen en dat de discussie over een niet-wijzigingsbeding niet meer relevant is. De grieven van de vader faalden en het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Limburg van 4 november 2021, waarmee het verzoek tot verlaging van de bijdrage werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot verlaging van de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van zijn dochter af.