Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant],wonende te [woonplaats] (Tirol), Oostenrijk,
[appellante],wonende te [woonplaats] (Tirol), Oostenrijk,
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en vermeerdering van eis als ook een productie;
- de memorie van antwoord;
- het op 6 september 2022 bij het hof ingekomen H12-formulier zijdens [geïntimeerde] met een productie, zoals toegelicht in de eveneens bijgevoegde brief;
- de mondelinge behandeling na antwoord, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
3.De beoordeling
daarinmisbruik van procesrecht heeft gemaakt dan wel onrechtmatig heeft gehandeld op de wijze zoals hiervoor in rechtsoverweging 3.13 uiteen is gezet. Zoals aldaar ook uiteen is gezet, rust daarbij de stelplicht en, bij gemotiveerde betwisting door [geïntimeerde], de bewijslast op [appellanten]
in de eerste aanleg en het hoger beroep van het onderhavige gedingen, ten tweede, om dezelfde redenen als die in het voorgaande zijn gegeven voor de afwijzing van de vordering van [appellanten] tot vergoeding van zijn werkelijke proceskosten in vorenbedoelde kantonprocedure.