Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
“van echtgenoot, hij heeft een eigen autobedrijf”. Bij beoogd gebruik staat op het aangifteformulier:
“om een huis te kopen”. Zij heeft bij de aangifte ook een brief afgegeven van de onderneming van haar man waarin staat:
“Hierbij wil ik aangeven dat ik als bedrijf een bedrag van € 30.000 meegeef om een rek. te betalen aan de bedrijf in Turkije”. De brief is geschreven op briefpapier van [belanghebbende 2] te [vestigingsplaats] en ondertekend door “ [belanghebbende 1] ” namens [belanghebbende 2] .
[bedoeld zal zijn: 2013]niet herinneren. Tenslotte heeft de heer [belanghebbende 1] verklaard dat de contante storting van € 7.000 afkomstig is uit zijn onderneming.
[het hof begrijpt: de gemachtigde]is van mening dat het bedrag van € 30.000 dat als verzwegen omzet is aangemerkt niet voldoende is bewezen en dat het een bonte
[het hof begrijpt: blote]stelling is.
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
.Belanghebbende heeft die mogelijkheid echter onbenut gelaten. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslagen IB/PVV en Zvw te hoog zijn vastgesteld.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank;
- gelast de griffier van het hof om het ten onrechte geheven griffierecht van € 134 aan belanghebbende te vergoeden.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).