ECLI:NL:GHSHE:2022:3870
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bijdrageplicht hoofdelijke schuldenaren schadevergoeding openlijke geweldpleging
In deze civiele zaak gaat het om een hoger beroep waarin appellant vordert dat ieder van de vier hoofdelijke schuldenaren ieder 25% van de schadevergoeding aan de benadeelde partij moet dragen. De schadevergoeding van €33.978,85 is reeds door alle partijen voldaan aan het CJIB, waarbij appellant meer heeft betaald dan zijn aandeel. De rechtbank wees de vordering van appellant af, omdat geen sprake zou zijn van onderlinge aansprakelijkheid maar van een bijdrageplicht volgens artikel 6:10 BW Pro.
In hoger beroep heeft appellant zijn eis gewijzigd en uitgebreid met een regresvordering jegens de mede-schuldenaren die minder hebben betaald dan hun aandeel. Het hof overweegt dat de eiswijziging toelaatbaar is, omdat nieuwe feiten en omstandigheden zijn gebleken na de memorie van grieven. De eiswijziging is niet in strijd met de goede procesorde en de wederpartij heeft hierop kunnen reageren.
Het hof bevestigt dat ieder van de vier partijen voor 25% bijdrageplichtig is en dat appellant een opeisbare regresvordering heeft op twee van de mede-schuldenaren die minder hebben betaald dan hun aandeel. De vordering jegens de derde mede-schuldenaar is niet opeisbaar omdat deze meer dan zijn aandeel heeft voldaan. Het hof wijst erop dat partijen onderling de betaalbewijzen moeten uitwisselen om het exacte bedrag van de regresvordering vast te stellen.
De zaak wordt aangehouden voor overleg van de betekening van de eiswijziging aan de niet verschenen partij en voor verdere beslissing. Het hof is voornemens het vonnis van de rechtbank te bekrachtigen voor wat betreft de proceskostenveroordeling van appellant. De vordering van appellant om de vorderingen van een mede-schuldenaar af te wijzen zal in het eindarrest op niet-ontvankelijkheid stuiten omdat die mede-schuldenaar geen vorderingen heeft ingesteld.
Uitkomst: Het hof staat de eiswijziging toe en houdt verdere beslissing aan voor overleg van betekening en nadere stukken.