ECLI:NL:GHSHE:2022:4148

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
1 december 2022
Publicatiedatum
1 december 2022
Zaaknummer
20-000700-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416, tweede lid, SvArt. 36e SrArt. 6:6:25 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep in ontnemingszaak wegens intrekking hoger beroep

In deze ontnemingszaak heeft de rechtbank Limburg vastgesteld dat betrokkene een bedrag van €47.037,09 aan wederrechtelijk verkregen voordeel moet betalen aan de staat. Tevens werd een gijzelingstermijn van maximaal 540 dagen vastgesteld. Betrokkene stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 17 november 2022 heeft betrokkene, na een korte onderbreking, te kennen gegeven zijn bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank niet langer te handhaven en zijn hoger beroep in te trekken. De advocaat-generaal stemde, ondanks de formele te late intrekking, in met deze intrekking.

Het hof oordeelde dat het belang van betrokkene en enig ander rechtens te beschermen belang niet gediend is met verdere behandeling van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 1 december 2022 door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000700-21 OWV
Uitspraak : 1 december 2022
TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 8 maart 2021 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 03-659176-18 tegen de betrokkene:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
Hoger beroep
Bij uitspraak waarvan beroep, heeft de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 47.037,09. Tevens heeft de rechtbank de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 47.037,09. De duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan worden gevorderd, is door de rechtbank bepaald op ten hoogste 540 dagen.
Van de zijde van betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op terechtzitting in hoger beroep van 17 november 2022, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de betrokkene niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep op grond van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De raadsman van de betrokkene heeft zich bij die vordering aangesloten.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Ter terechtzitting van 17 november 2022 is de onderhavige zaak uitgeroepen en heeft de behandeling in hoger beroep een aanvang genomen. Nadat het onderzoek ter terechtzitting voor korte duur is onderbroken, heeft de raadsman na hervatting te kennen gegeven dat de betrokkene zijn bezwaren tegen de uitspraak van de rechtbank niet langer handhaaft en dat hij zijn hoger beroep in deze zaak wenst in te trekken.
De advocaat-generaal heeft met deze 'intrekking', hoewel deze formeel te laat is, ingestemd.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Nu de betrokkene te kennen heeft gegeven dat hij zijn bezwaren tegen de beroepen uitspraak niet langer handhaaft en het belang van de betrokkene noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een verdere behandeling van het hoger beroep, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het door de betrokkene ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door:
mr. P.T. Gründemann, voorzitter,
mr. E.A.A.M. Pfeil en mr. G.J. Schiffers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,
en op 1 december 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Gründemann en mr. Pfeil zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.