Belanghebbende maakte bezwaar tegen ambtshalve vastgestelde aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2010 tot en met 2013, inclusief heffings- en belastingrente en boetebeschikkingen. De inspecteur verklaarde deze bezwaarschriften niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar.
Belanghebbende diende de aangiften pas in na diverse herinneringen en aanmaningen, waarna de inspecteur de aanslagen ambtshalve vaststelde. De bezwaarschriften werden ruim na de termijn ingediend, zonder dat belanghebbende aannemelijk maakte dat hij niet in verzuim was. Ondanks verzoeken van de inspecteur om aanvullende informatie en motivatie bleef belanghebbende in gebreke.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof acht de termijnoverschrijding niet-verschoonbaar en oordeelt dat de inspecteur de bezwaarschriften terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.