ECLI:NL:GHSHE:2022:4739
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in civiele procedure
In deze civiele wrakingsprocedure heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter en leden van de meervoudige kamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stellende dat sprake zou zijn van vooringenomenheid en partijdigheid tijdens de behandeling van haar hoger beroep.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en overwogen dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De aangevoerde gronden, waaronder het onderbreken van de advocaat van verzoekster, het zwijgen van andere raadsheren en het niet toelaten van bepaalde processtukken, zijn onderzocht en niet als voldoende indicatie van vooringenomenheid beoordeeld.
De wrakingskamer benadrukte dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen inhoudelijke beslissingen van het hof niet tot wraking kunnen leiden en dat de motivering van beslissingen slechts in uitzonderlijke gevallen kan duiden op partijdigheid. De kamer concludeerde dat de raadsheren hun taak naar behoren hebben vervuld en dat het verzoek tot wraking daarom wordt afgewezen.
De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing is gegeven door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter T.A. Gladpootjes en leden K. van der Meijde en E.H. Schulten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.