ECLI:NL:GHSHE:2022:800

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 maart 2022
Publicatiedatum
14 maart 2022
Zaaknummer
20-001583-20 (OWV)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 6:6:25 SvArt. 279 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ontnemingszaak met verlenging duur gijzeling tot 310 dagen

In deze ontnemingszaak is het hoger beroep behandeld tegen de uitspraak van de politierechter te Maastricht waarbij een betalingsverplichting van € 15.500,- aan de Staat is opgelegd wegens wederrechtelijk verkregen voordeel.

De politierechter had de duur van de gijzeling vastgesteld op maximaal 112 dagen. Het hof heeft de zaak opnieuw beoordeeld en geoordeeld dat de duur van de gijzeling, berekend volgens artikel 6:6:25 Sv Pro, moet worden aangepast naar maximaal 310 dagen, gebaseerd op de verhouding van één dag gijzeling per volle € 50 van het bedrag.

De advocaat-generaal had deze verlenging gevorderd en de raadsman van de betrokkene voerde geen verweer. Het hof vernietigde daarom het onderdeel van de uitspraak dat de duur van de gijzeling betrof en stelde deze opnieuw vast op 310 dagen, terwijl de rest van de uitspraak werd bevestigd.

Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en op 2 maart 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitkomst: De duur van de gijzeling wordt verlengd van 112 naar maximaal 310 dagen, overige uitspraak bevestigd.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001583-20 (OWV)
Uitspraak : 2 maart 2022
TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv Pro)
ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen de uitspraak van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 17 juli 2020 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 03-147562-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
thans uit anderen hoofde verblijvende in PI Limburg Zuid – Gevangenis De Geerhorst te Sittard.
Hoger beroep
Bij uitspraak waarvan beroep heeft de politierechter het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 15.500,00 en is aan de betrokkene een betalingsverplichting aan de Staat opgelegd voor een gelijk bedrag. De duur van de gijzeling is bepaald op ten hoogste 112 dagen.
Namens de betrokkene is tegen voormelde uitspraak hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de betrokkene door diens raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de uitspraak waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van het aantal dagen waarop de gijzeling is bepaald en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, het aantal dagen op 310 zal bepalen.
De raadsman van de betrokkene heeft geen verweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met de uitspraak en met de redengeving waarop dit berust, met uitzondering van de door de politierechter bepaalde duur van de gijzeling.
Gijzeling
De politierechter heeft de duur van de gijzeling bepaald op ten hoogste 112 dagen.
Het hof zal de duur van de gijzeling die, met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering, in dit geval ten hoogste kan worden gevorderd opnieuw bepalen. Bij het bepalen van de duur wordt voor elke volle € 50,00 van het opgelegde bedrag niet meer dan één dag gerekend. Nu aan de betrokkene de verplichting is opgelegd tot betaling van een bedrag van € 15.500,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat de duur derhalve ten hoogste (€ 15.500,00 / 50 =) 310 dagen beloopt.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt de uitspraak waarvan beroep ten aanzien van de duur van de gijzeling en doet in zoverre opnieuw recht.
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 310 dagen.
Bevestigt de uitspraak waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door:
mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. F.C.J.E. Meeuwis, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 2 maart 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. Van de Loo en mr. Henzen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.