Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
5 december 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) ten laste van de betrokkene, veroordeeld voor witwassen.
De betrokkene werd door de politierechter veroordeeld tot betaling van € 15.500,- als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, voortkomend uit de verkoop van een gestolen caravan. Hoewel aanvankelijk alleen een stempelvonnis (mondeling vonnis) aanwezig was, werd later alsnog een schriftelijk vonnis overgelegd waarin de schatting van het voordeel en de bewijsmiddelen duidelijk werden vermeld.
In hoger beroep bevestigde het hof de uitspraak van de politierechter, waarbij de raadsman van de betrokkene geen verweer voerde tegen de ontnemingsvordering. De Hoge Raad oordeelt dat de bevestiging door het hof betrekking heeft op het schriftelijk vonnis en niet op het stempelvonnis, waardoor het cassatiemiddel dat dit laatste als uitgangspunt nam faalt.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, maar dit leidt niet tot een andere beslissing in deze zaak, mede gezien de samenhang met een andere strafzaak. Het beroep wordt uiteindelijk verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering van € 15.500,- ten laste van de betrokkene.