Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure in principaal en incidenteel hoger beroep
- het tussenarrest van 2 april 2019 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de comparitie van 9 mei 2019;
- de door [appellante] op 25 juni 2019 genomen memorie van grieven, tevens houdende een wijziging van eis, met producties 1 tot en met 11;
- het verzoek van partijen van 3 september 2019 om royement van de zaak, en het daarop die dag gevolgde royement;
- het H-formulier van 31 augustus 2020, waarbij [appellante] heeft meegedeeld dat zij de zaak wil hervatten en waarna de zaak op 13 oktober 2020 opnieuw is geïntroduceerd;
- de door [geïntimeerde] op 10 november 2020 genomen memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties 1 tot en met 9;
- de door [appellante] genomen memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
6.De beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
- a. [appellante] is de moeder van [geïntimeerde] .
- b. Op 21 april 2015 is de echtgenoot van [appellante] , tevens de vader van [geïntimeerde] , overleden.
- c. Uit het huwelijk van [appellante] en haar echtgenoot is ook een dochter geboren, [dochter] (hierna: [dochter] ).
- d. Enkele weken na het overlijden van haar echtgenoot is [appellante] verhuisd naar het woonzorgcentrum [woonzorgcentrum 1] in [plaats 1] . Toen [appellante] in dit woonzorgcentrum woonde, heeft [geïntimeerde] onder meer boodschappen voor haar gedaan en voor haar gekookt.
- e. Na het overlijden van haar echtgenoot heeft [appellante] door een bankvolmacht [dochter] gemachtigd op haar bankrekening.
- f. Enige tijd later heeft [appellante] de aan [dochter] verleende bankvolmacht ingetrokken en [geïntimeerde] met ingang van 8 juni 2015 een bankvolmacht op haar bankrekening verleend. Op die datum bedroeg het saldo van de spaarrekening van [appellante] € 11.928,00.
- g. Bij schriftelijke koopovereenkomst van 1 juli 2015 heeft [appellante] aan [geïntimeerde] een perceel aan de [adres] te [plaats 1] ter grootte van 695 m2 verkocht voor een koopprijs van € 2.780,--. Bij notariële akte van 10 juli 2015 heeft [appellante] het perceel aan [geïntimeerde] geleverd.
- h. Medio 2016 heeft [appellante] voor een observatieperiode verbleven in verpleegtehuis [verpleegtehuis] .
- i. In augustus 2016 is [appellante] gaan wonen in het woonzorgcentrum [woonzorgcentrum 2] te [plaats 2] . Hier maakte [appellante] gebruik van de maaltijden die in het woonzorgcentrum werden verzorgd.
- j. Op 18 januari 2018 heeft [appellante] de aan [geïntimeerde] verleende bankvolmacht ingetrokken. Het saldo van de spaarrekening van [appellante] bedroeg op dat moment € 1.213,--.
- k. In de periode van 8 juni 2015 tot en met 18 januari 2018 hebben diverse overboekingen plaatsgevonden van de spaarrekening naar de betaalrekening van [appellante] . Ook hebben in die periode diverse overboekingen plaatsgevonden vanaf de betaalrekening van [appellante] en is meermaals contant geld opgenomen van die rekening.
- l. Bij brief van 8 februari 2018 heeft de advocaat van [appellante] aan [geïntimeerde] meegedeeld dat hij, [geïntimeerde] , op onrechtmatige wijze gelden heeft opgenomen van de bankrekening van [appellante] . In de brief wordt [geïntimeerde] gesommeerd de onrechtmatig opgenomen gelden terug te betalen dan wel rekening en verantwoording af te leggen over de besteding van de opgenomen gelden.
- m. Bij brief van 13 maart 2018 heeft de advocaat van [appellante] aan [geïntimeerde] meegedeeld dat [geïntimeerde] misbruik van de omstandigheden heeft gemaakt bij aankoop van het perceel aan de [adres] te [plaats 1] . In de brief is een beroep gedaan op vernietiging van de koopovereenkomst, en meegedeeld dat dit tot gevolg heeft dat [geïntimeerde] nimmer eigenaar van het perceel is geworden.
- A: veroordeling van [geïntimeerde] om aan [appellante] € 18.000,-- terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente;
- B primair: een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst van 1 juli 2015 aangaande het perceel aan de [adres] te [plaats 1] nietig / vernietigbaar is wegens misbruik van omstandigheden, en het buitengerechtelijk beroep van [appellante] daarop te honoreren;
C: veroordeling van [geïntimeerde] tot teruggave aan [appellante] van haar sieraden en zilveren stuiver, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- [geïntimeerde] veroordeeld om aan [appellante] € 1.502,-- te betalen;
- [geïntimeerde] veroordeeld om aan [appellante] € 5.000,-- terug te geven;
- de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- 1. € 1.042,-- (€ 2.544,-- verminderd met het door [geïntimeerde] op grond van het vonnis al betaalde bedrag van € 1.502,--) ter zake uitgaven die [geïntimeerde] van de bankrekening van [appellante] ten behoeve van zichzelf heeft gedaan bij Lotto & Tabakswaren te [plaats 3] ;
- 2. € 726,57 ter zake het door [geïntimeerde] dertien keer zonder toestemming van [appellante] van haar bankrekening betalen van het tanken met zijn auto;
- 3. € 856,82 ter zake uitgaven bij supermarkten die [geïntimeerde] van de bankrekening van [appellante] heeft betaald en die niet aan [appellante] ten goede zijn gekomen;
- 4. € 1.412,06 ter zake de in productie 8 bij de memorie van grieven opgesomde uitgaven die [geïntimeerde] van de bankrekening van [appellante] heeft gedaan en die niet aan haar ten goede zijn gekomen;
- 5. € 16.655,-- (€ 21.655,-- verminderd met het door [geïntimeerde] op grond van het vonnis al terugbetaalde bedrag van € 5.000,--) ter zake door [geïntimeerde] van de bankrekening van [appellante] contant opgenomen bedragen die niet aan [appellante] ten goede zijn gekomen.
primair: een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst van 1 juli 2015 aangaande het perceel aan de [adres] te [plaats 1] nietig / vernietigbaar is wegens misbruik van omstandigheden, en het buitengerechtelijk beroep van [appellante] daarop te honoreren;
subsidiair: veroordelen van [geïntimeerde] tot betaling van de koopsom van € 2.780,-- voor dat perceel, vermeerderd met wettelijke rente;
- bekrachtiging van het vonnis voor zover in principaal hoger beroep bestreden;
- vernietiging van het vonnis voor zover het betreft de toewijzing van het bedrag van € 1.502,--;
- a. Het kwam voor dat [geïntimeerde] met zijn gezin (dus met de schoondochter en kleinkinderen van [appellante] ) bij [appellante] op bezoek was, dat [appellante] dan voorstelde dat zij bleven eten en dat [geïntimeerde] dan op kosten van [appellante] chinees mocht halen.
- b. [geïntimeerde] heeft wel eens paling voor [geïntimeerde] moeten meebrengen.
- c. [geïntimeerde] heeft van [appellante] , als erkenning voor al zijn werk voor [appellante] , regelmatig toestemming gekregen om uit eten te gaan bij “ [restaurant] ” in Duitsland.
- primair: een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst van 1 juli 2015 aangaande het perceel aan de [adres] te [plaats 1] nietig / vernietigbaar is wegens misbruik van omstandigheden, en het buitengerechtelijk beroep van [appellante] daarop te honoreren;
- subsidiair: veroordelen van [geïntimeerde] tot betaling van de koopsom van € 2.780,00, vermeerderd met wettelijke rente.
7.De uitspraak
- 1. dat hij de uitgaven van in totaal € 3.944,-- die hij in de periode van 24 september 2015 tot 2 december 2017 vanaf de bankrekening van [appellante] heeft gedaan ten behoeve van de aankoop van loten, zoals gespecificeerd in productie 2 bij de memorie van grieven, in opdracht van [appellante] heeft gedaan en al de loten aan [appellante] heeft overhandigd althans aan haar ten goede heeft laten komen;
- 2. dat al de 27 tankbeurten die hij in de periode van 11 september 2015 tot en met 3 december 2017 van de bankrekening van [appellante] heeft betaald, met toestemming van [appellante] van die bankrekening zijn betaald;
- 4a. dat het in de periode van augustus 2015 tot en met december 2017 meermaals is voorgekomen (op de data die blijken uit productie 8 bij de memorie van grieven) dat [geïntimeerde] met zijn gezin (dus met de schoondochter en kleinkinderen van [appellante] ) bij [appellante] op bezoek was, dat [appellante] dan voorstelde dat zij bleven eten en dat [geïntimeerde] dan op kosten van [appellante] chinees mocht halen;
- 4b. dat [geïntimeerde] in de periode van augustus 2015 tot en met december 2017 meermaals (op de data die blijken uit productie 8 bij de memorie van grieven) een paling voor [appellante] heeft moeten meebrengen;
- 4c. dat [geïntimeerde] in de periode van augustus 2015 tot en met december 2017, als erkenning voor al zijn werk voor [appellante] , van [appellante] meermaals (op de data die blijken uit productie 8 bij de memorie van grieven) toestemming heeft gekregen om uit eten te gaan bij “ [restaurant] ” in Duitsland;
- 5. dat hij van de door hem in de periode van 8 juni 2015 tot en met 30 december 2017 van de bankrekening van [appellante] contant opgenomen gelden van in totaal € 22.400,--, zoals gespecificeerd in productie 9 bij de memorie van grieven, in of omstreeks die periode € 17.400,-- ten behoeve van [appellante] heeft besteed of op verzoek van [appellante] aan haar heeft overhandigd;
- 6. te bewijzen dat [geïntimeerde] een aan [appellante] toebehorende gouden ring met steen en twee aan [appellante] toebehorende gouden hangertjes voor aan een halsketting heeft meegenomen;
- 7. tegenbewijs te leveren tegen het in de notariële akte van 10 juli 2015 vervatte dwingend bewijs dat [geïntimeerde] de koopsom voor het perceel aan de [adres] te [plaats 1] ten bedrage van € 2.780,-- aan [appellante] heeft voldaan;