Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 25 januari 2021 te ’s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten op of aan de openbare weg(en), te weten de straten:
hij op of omstreeks 25 januari 2021 te ’s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (grote) hoeveelheid blikjes drinken (Red Bull), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), te weten aan [benadeelde 10] , heeft weggenomen in/uit [benadeelde 10] , gelegen aan [adres 2] , met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.
hij op tijdstippen op 25 januari 2021 te ’s-Hertogenbosch openlijk, te weten op of aan de openbare weg, te weten de Van Grobbendocklaan en de Graafseweg en het Hinthamereinde en de Hinthamerstraat en de Markt en de Pensmarkt en de Hooge Steenweg en de Visstraat, in (het centrum van) ’s-Hertogenbosch, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen, te weten:
hij op 25 januari 2021 te ’s-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met anderen een grote hoeveelheid blikjes drinken (Red Bull) die toebehoorden aan [benadeelde 10] heeft weggenomen in/uit [benadeelde 10] , gelegen aan [adres 2] , met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming.
Het proces-verbaal van bevindingen aanloop naar de ‘avondklokrellen Den Bosch’, dossierpagina’s 38-40, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Het proces-verbaal van bevindingen met fotobijlagen d.d. 26 januari 2021, dossierpagina’s 41-117, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
(het hof begrijpt: te ’s-Hertogenbosch)
(het hof begrijpt: te ’s-Hertogenbosch)
(het hof begrijpt aan [adres 38]
(het hof begrijpt: te ’s-Hertogenbosch)
Het proces-verbaal van bevindingen met fotobijlage d.d. 5 februari 2021, dossierpagina’s 182-271, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 7 mei 2021, dossierpagina’s 19-37, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 27 september 2021, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 9 januari 2023, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
€ 238,87 (tweehonderdachtendertig euro en zevenentachtig cent)als vergoeding van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 238,87 (tweehonderdachtendertig euro en zevenentachtig cent)aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 4 (vier) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 950,86 (negenhonderdvijftig euro en zesentachtig cent)als vergoeding van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 950,86 (negenhonderdvijftig euro en zesentachtig cent)aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 19 (negentien) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 683,52 (zeshonderddrieëntachtig euro en tweeënvijftig cent)als vergoeding van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
van € 279,30 (tweehonderdnegenenzeventig euro en dertig cent)aan materiële schade af;
€ 683,52 (zeshonderddrieëntachtig euro en tweeënvijftig cent)aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 13 (dertien) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 2.211,91 (tweeduizend tweehonderdelf euro en eenennegentig cent)als vergoeding van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 2.211,91 (tweeduizend tweehonderdelf euro en eenennegentig cent)aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 32 (tweeëndertig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 2.412,54 (tweeduizend vierhonderdtwaalf euro en vierenvijftig cent)als vergoeding van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 506,64 (vijfhonderdzes euro en vierenzestig cent)aan materiële schade af;
€ 2.412,54 (tweeduizend vierhonderdtwaalf euro en vierenvijftig cent)aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 34 (vierendertig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 2.990,38 (tweeduizend negenhonderdnegentig euro en achtendertig cent)als vergoeding van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 2.990,38 (tweeduizend negenhonderdnegentig euro en achtendertig cent)aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 39 (negenendertig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 2.631,62 (tweeduizend zeshonderdeenendertig euro en tweeënzestig cent)als vergoeding van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 2.631,62 (tweeduizend zeshonderdeenendertig euro en tweeënzestig cent)aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 36 (zesendertig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.