Igel Electric GmbH en Intecma B.V. hadden een handelsrelatie van meer dan twaalf jaar zonder schriftelijke overeenkomst, erkend als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Intecma beëindigde deze relatie per 1 april 2023 via een brief van 5 januari 2023. Igel vorderde in kort geding dat Intecma de handelsrelatie zou voortzetten alsof geen opzegging had plaatsgevonden.
De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af omdat Igel onvoldoende feiten naar waarheid had aangevoerd. In hoger beroep heeft het hof de zaak inhoudelijk beoordeeld. Het hof oordeelde dat Intecma als ondernemer een ruime beoordelingsvrijheid heeft om haar handelsrelaties te beëindigen, zeker omdat er geen exclusieve distributie was overeengekomen.
Daarnaast heeft Intecma aannemelijk gemaakt dat zij belang had bij beëindiging vanwege klachten van klanten en een aangekondigde prijsverhoging door Igel, mede door de overname van Igel door Solcon en het vertrek van de vertrouwde CEO. Het belang van Igel bij voortzetting, vooral vanwege omzetverlies, weegt volgens het hof niet op tegen het belang van Intecma.
Het hof bevestigde dat het financieel belang van Igel nader onderzoek vereist, maar dat daarvoor in kort geding geen plaats is. Het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd, Igel werd veroordeeld in de proceskosten van hoger beroep en de vorderingen werden afgewezen.