Uitspraak
Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
BESLISSING
geldboetevan
€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De meervoudige economische kamer van de rechtbank Oost-Brabant veroordeelde de verdachte, een rechtspersoon, voor het opzettelijk overtreden van artikel 20, eerste lid, van de Meststoffenwet door in 2015 en 2016 meer leghennen te houden dan toegestaan. De rechtbank legde een geldboete van €33.000 op. Namens de verdachte werd hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van de overtredingen, mede gelet op een uitspraak van het College van beroep voor het bedrijfsleven die bevestigt dat de verdachte niet over voldoende pluimveerechten beschikte. De verdachte behaalde hierdoor financieel voordeel ten opzichte van concurrenten.
Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de draagkracht van de verdachte en de redelijke termijn voor berechting. Deze termijn werd fors overschreden met meer dan 2 jaar en 5 maanden, waardoor het hof de geldboete matigt naar €25.000. Het vonnis wordt in zoverre vernietigd en opnieuw recht gedaan.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €25.000 wegens overtreding van de Meststoffenwet met matiging vanwege overschrijding van de redelijke termijn.