Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,
1.[geïntimeerde 1] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 12 april 2022 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- de door [geïntimeerden] ten behoeve van de mondelinge behandeling ingezonden producties 16, 17 en 18;
- het proces-verbaal van de op 14 juli 2022 gehouden mondelinge behandeling na aanbrengen;
- de door [appellante] genomen memorie van grieven met productie 1;
- de door [geïntimeerden] genomen memorie van antwoord met productie 19;
- de door [appellante] genomen akte;
- de door [geïntimeerden] genomen antwoordakte.
6.De beoordeling
- a. [appellante] is gehuwd geweest met [persoon A] (hierna: [de ex echtgenoot] ). Bij beschikking van 30 april 2015 is de echtscheiding tussen [appellante] en [de ex echtgenoot] uitgesproken. Deze beschikking is op 20 augustus 2015 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
- b. Bij vonnis van 24 april 2019 is de wijze van verdeling van de gemeenschappelijke goederen van [appellante] en [de ex echtgenoot] gelast. Ter zake de gemeenschappelijke woning aan [adres] is bepaald dat indien [appellante] niet uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld kan worden ontslagen, [appellante] en [de ex echtgenoot] de woning moeten verkopen en de overwaarde bij helfte moeten verdelen.
- c. [appellante] heeft [de ex echtgenoot] bij dagvaarding van 3 augustus 2019 in kort geding gedagvaard en onder meer een machtiging tot verkoop en levering van de woning gevorderd.
- d. In dat kort geding heeft op 22 oktober 2019 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [appellante] en [de ex echtgenoot] hebben tijdens die mondelinge behandeling een overeenkomst gesloten die inhield dat zij een makelaar zullen inschakelen met het oog op de verkoop van de woning en dat zij beiden volledige medewerking zullen verlenen aan datgene wat nodig is om tot verkoop en levering van de woning te komen.
- e. [appellante] en [de ex echtgenoot] hebben vervolgens [de makelaar] (hierna: [de makelaar] ) van [makelaarskantoor] ingeschakeld als verkoopmakelaar.
- f. [geïntimeerden] hebben belangstelling getoond voor aankoop van de woning. Zij hebben met [appellante] en [de makelaar] onderhandeld over de aankoop.
- g. Bij e-mail van 23 april 2021 heeft [de makelaar] onder meer het volgende meegedeeld aan [appellante] en [de ex echtgenoot] :
- i. [de ex echtgenoot] heeft geweigerd om de koopovereenkomst te ondertekenen. Om die reden heeft [appellante] hem in kort geding gedagvaard en gevorderd, voor zover thans van belang, haar machtiging te verlenen om namens [de ex echtgenoot] over te gaan tot verkoop en levering van de woning conform de als productie bij de dagvaarding gevoegde koopovereenkomst. Dat kort geding heeft geleid tot een vonnis van de voorzieningenrechter van 1 juli 2021 waarbij de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, [appellante] heeft gemachtigd om namens [de ex echtgenoot] over te gaan tot verkoop en levering van de woning conform de koopovereenkomst die als productie 6 bij de dagvaarding is gevoegd.
- j. [de ex echtgenoot] heeft hoger beroep ingesteld tegen het kortgedingvonnis van 1 juli 2021. Het kortgedingvonnis is vervolgens bekrachtigd bij arrest van dit hof van 5 oktober 2021.
- k. Bij e-mail van 28 oktober 2021 heeft [appellante] [de makelaar] op de hoogte gebracht van het arrest van dit hof van 5 oktober 2021, en hem opdracht te geven de koopovereenkomst met [geïntimeerden] aan te passen, onder meer voor wat betreft de in artikel 4 genoemde Pro leveringsdatum en de in artikel 7.1. genoemd peildatum. Verder staat in de e-mail onder meer het volgende:
- l. [appellante] heeft vervolgens geweigerd mee te werken aan levering van de woning.
- m. Bij brief van 16 december 2021 heeft de advocaat van [geïntimeerden] [appellante] gesommeerd om zorg te dragen voor correcte nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de reeds gesloten koopovereenkomst, meer specifiek om uiterlijk 20 december 2021 vóór 12:00 uur onvoorwaardelijk te bevestigen dat zij zal meewerken aan de levering van de woning uiterlijk per 31 december 2021 en daartoe het nodige zal doen, zodat de notaris de akte kan opstellen en passeren.
- n. Op 28 december 2021 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op verzoek van [geïntimeerden] verlof verleend om ten laste van [de ex echtgenoot] en [appellante] conservatoir leveringsbeslag te leggen op de woning. [geïntimeerden] hebben dat beslag op 28 december 2021 laten leggen.
- [geïntimeerden] hebben een spoedeisend belang bij beoordeling van hun gewijzigde vordering in kort geding (rov. 3.4).
- [appellante] heeft door ondertekening van de koopovereenkomst haar wil geuit om de woning aan [geïntimeerden] te verkopen voor € 460.000,--. Uit de ondertekening blijkt dat [appellante] met [geïntimeerden] overeenstemming heeft bereikt over alle essentialia van de koopovereenkomst, zodat in zoverre een perfecte koopovereenkomst tot stand gekomen is (rov. 3.6, eerste alinea).
- De door [appellante] tegen [de ex echtgenoot] gevoerde kortgedingprocedure was bedoeld om een machtiging voor [appellante] te krijgen om (i) de verkoopovereenkomst ook namens [de ex echtgenoot] te ondertekenen en (ii) de woning aan [geïntimeerden] te leveren. Ook uit de door [appellante] vervolgens bij e-mail van 28 oktober 2021 aan [de makelaar] gegeven opdracht blijkt dat [appellante] de koopovereenkomst met [geïntimeerden] gestand wilde doen. Ter zitting heeft [appellante] verklaard druk bezig te zijn met de ontruiming van de woning maar dat dit meer tijd kost dan verwacht. Mede gelet op het bepaalde in artikel 27 van Pro de koopovereenkomst is niet duidelijk waarom [appellante] weigert om de koopovereenkomst namens [de ex echtgenoot] te ondertekenen en mee te werken aan de levering van de woning aan [geïntimeerden] . De vordering van [geïntimeerden] is daarom toewijsbaar (rov. 3.6).
- [appellante] veroordeeld tot nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst door namens [de ex echtgenoot] de koopovereenkomst te ondertekenen en door medewerking te verlenen aan de levering van de woning uiterlijk per 31 januari 2022;
- [appellante] veroordeeld om aan [geïntimeerden] een dwangsom te betalen van € 100,-- voor iedere dag dat zij niet aan de uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,-- is bereikt.
- I. een verklaring voor recht tussen enerzijds [geïntimeerden] en anderzijds [appellante] een koopovereenkomst ter zake de woning aan het [adres] tot stand is gekomen;
- II. hoofdelijke veroordeling van [appellante] en de onbekende huurders tot nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst;
- III. hoofdelijke veroordeling van [appellante] en de onbekende huurders tot betaling van € 10.000,-- bij wijze van voorschot op de geleden en nog te lijden schade;
- IV. [appellante] te gebieden medewerking te verlenen bij het passeren van de leveringsakte;
- V. [appellante] te gebieden het addendum bij de koopovereenkomst te ondertekenen;
“Uit deze koopovereenkomst vloeien pas verplichtingen voort als beide partijen deze koopovereenkomst hebben ondertekend.”
- [geïntimeerden] in de proceskosten van het geding bij de voorzieningenrechter aan de zijde van de onbekende huurders veroordelen;
- die proceskosten op nihil begroten.