Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[verweerder 1] B.V.,
[verweerder 2] B.V.,
[verweerder 3],
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
- [appellante] heeft een verzoekschrift tot het doen houden van een voorlopig getuigenverhoor ingediend, ingekomen ter griffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 9 augustus 2021.
- Bij beschikking van 7 september 2021 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, gelast dat een voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden met betrekking tot de in het verzoekschrift genoemde stellingen. De rechtbank heeft bepaald dat als getuigen zullen worden gehoord: de heer [verweerder 3] , de heer [getuige 4] , de heer [getuige 5] , de heer [getuige 6] , de heer [getuige 7] en de heer [directeur] .
- Op 17 januari 2022, 21 maart 2022 en 30 november 2022 heeft (de voortzetting van) het voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden.
- Uit het proces-verbaal van 17 januari 2022 blijkt dat mr. Lensen voortzetting van de enquête wenste en dat de rechter-commissaris een datum heeft bepaald voor een zittingsdag waarop onder meer de heer [getuige 3] zal worden gehoord.
- In het proces-verbaal van de voortzetting van het voorlopig getuigenverhoor gehouden op 30 november 2022 staat, voor zover van belang, het volgende:
“proces-verbaal van voortzetting van voorlopig getuigenverhoor, gehouden op 30 november 2022”ten aanzien van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] zal vernietigen en dat het hof zal terugverwijzen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, om het voorlopig getuigenverhoor voort te zetten.
“proces-verbaal van voortzetting van voorlopig getuigenverhoor, gehouden op 30 november 2022”ook ten aanzien van de getuige [getuige 3] zal vernietigen en dat het hof zal terugwijzen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, om het voorlopig getuigenverhoor voort te zetten.