ECLI:NL:HR:2011:BU3922
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bevoegdheid rechter-commissaris bij voorlopig getuigenverhoor en contra-enquête
In deze zaak stond centraal de vraag of de rechter-commissaris bevoegd is om het aantal en de personen van te horen getuigen in een voorlopig getuigenverhoor te beperken, en of tegen die beslissingen hoger beroep mogelijk is.
De bodemprocedure betreft een geschil over een aandelentransactie tussen verzoeker en Cyrte c.s. Tijdens het voorlopig getuigenverhoor werden getuigen gehoord, waaronder een belangrijke getuige, waarna verzoeker een contra-enquête wilde houden met aanvullende getuigen om de betrouwbaarheid van deze getuige aan te vechten. De rechter-commissaris weigerde echter het horen van vier getuigen in de contra-enquête, omdat dit volgens hem buiten de reikwijdte van het voorlopig getuigenverhoor viel. Het hof verklaarde het hoger beroep van verzoeker tegen deze beslissing niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechter-commissaris geen discretionaire bevoegdheid heeft om het aantal of de personen van te horen getuigen en de aan hen te stellen vragen te beperken, tenzij de goede procesorde dit eist. Ook is het hoger beroep tegen dergelijke beslissingen niet uitgesloten. Verder benadrukt de Hoge Raad dat tegenbewijs in een voorlopig getuigenverhoor zich ook kan uitstrekken tot het ontzenuwen van reeds afgelegde verklaringen door de betrouwbaarheid daarvan aan te tasten. De besluiten van de rechter-commissaris en het hof worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor voortzetting van de contra-enquête.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissingen en verwijst de zaak terug voor voortzetting van de contra-enquête.