Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mevrouw [bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder;
- mevrouw [beschermingsbewindvoerder] in haar hoedanigheid van informante, hierna te
3.De beoordeling
in de ellende heeft meegetrokken”. Ook zal volgens haar de (spontane) informatieplicht gedurende de verlenging van de schuldsaneringsregeling een heikel punt blijven.
hoofdelijkaansprakelijk zijn. De huurschuld hangt als het ware “nog boven de markt” zeker bezien in het licht van de inmiddels door [appellant] ten aanzien van deze schuld reeds gedane betalingen door de beschermingsbewindvoerder aan de advocaat van de verhuurder. Of inderdaad gezien de rechtspraak ten aanzien van de artikelen 1: 439 en 440 BW zonder meer aan [appellant] de bescherming als onder beschermingsbewind gestelde toekomt, als door zijn advocaat aangevoerd, is voor het hof geen uitgemaakte zaak, gezien de hiervoor reeds genoemde betalingen
nadatde beschermingsbewindvoerder met het bestaan van de huurovereenkomst bekend werd en/of het gedrag van [appellant] zelf. Het hof is ook niet in de gelegenheid geweest [appellant] ten aanzien van een en ander nadere vragen te stellen.
Hoofdelijke aansprakelijkheid van een bedrag van meer dan € 9.000,- is naar haar aard voldoende om als nieuwe schuld mee te tellen: dat het hier “medeaansprakelijkheid” zou betreffen doet daar in het geheel niet aan af, anders dan de advocaat van [appellant] heeft betoogd; dit nog los van het feit dat de andere hoofdelijke aansprakelijke thans failliet is en niet is gebleken dat de boedel van die aansprakelijke de betreffende huurschuld volledig kan en zal voldoen.
beidebewindvoerders behoefde.
De schuldsanering is terecht verlengd met een periode van 12 maanden, derhalve tot 7 april 2024. Het hof gaat er ten overvloede vanuit dat [appellant] thans de op hem rustende verplichtingen secuur en naar de letter zal nakomen en tevens ervoor zal zorgdragen dat voor 7 april 2024 hetzij de huurschuld c.a. is afgelost of opgelost hetzij aangaande zijn hoofdelijke aansprakelijkheid geen enkele onduidelijkheid meer bestaat.