Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 januari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft de beëindiging van de schuldsaneringsregeling (Wsnp) van een schuldenaar en de vraag of een 'schone lei' kan worden verleend onder de voorwaarde dat achterstallige alimentatie binnen een bepaalde termijn aan de boedel moet worden afgedragen.
De rechtbank had bepaald dat de schuldenaar een bedrag van € 2.132,31 aan achterstallige alimentatie uiterlijk op 20 november 2023 aan de boedel moest afdragen en dat bij niet-nakoming de verleende schone lei kon worden ontnomen. Zowel de schuldenaar als de beschermingsbewindvoerder gingen hiertegen in hoger beroep.
Het hof verklaarde de beschermingsbewindvoerder niet-ontvankelijk en verlengde de schuldsaneringsregeling onder voorwaarden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de beschermingsbewindvoerder niet-ontvankelijk verklaarde en dat het niet is toegestaan om een voorlopige of voorwaardelijke schone lei te verlenen met een dergelijke betalingsvoorwaarde.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en het vonnis van de rechtbank voor zover daarin de betalingsverplichting en de dreiging van intrekking van de schone lei zijn opgenomen. De schuldsaneringsregeling kan niet worden beëindigd onder die voorwaarde, omdat daarvoor geen rechtsgrond bestaat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en het vonnis van de rechtbank voor zover daarin een betalingsvoorwaarde voor de schone lei is gesteld en bevestigt dat een dergelijke voorwaardelijke schone lei niet is toegestaan.