Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 15 juni 2021;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen;
- de memorie van grieven tevens houdende akte wijziging en vermeerdering van eis met producties 1 t/m 8 ;
- de memorie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 7 november 2022 waarbij namens [appellante] spreekaantekeningen zijn voorgedragen;
6.De verdere beoordeling
Waardebepaling Registergoed door middel van taxatie
Benoeming taxateur
Taxatieregels
Algemeen
Prijs bij Uitgifte door de Woningcorporatie
Vaststelling Koopgarant-prijs bij terugkoop door de Woningcorporatie.
De grieven van [appellante]) meerdere grieven aangevoerd, welke zijn voorafgegaan door een inleiding. De grieven zijn niet genummerd, maar wel gedeeltelijk voorzien van tussenkopjes en gelet op de bewoordingen daarvan naar het oordeel van het hof voldoende kenbaar. Zoals het hof partijen tijdens de mondelinge behandeling na antwoord in hoger beroep heeft voorgehouden, heeft het hof de volgende vier grieven van [appellante] bij de beoordeling als uitgangspunt genomen:
niet te wijten aan (een) fout(en) in het taxatierapport maar een verschil van inzicht.”Uit dit antwoord van de deskundige blijkt niet dat door [de makelaar] een onjuiste taxatiemethode is toegepast dan wel dat de taxatie anderszins niet voldoet aan de redelijkerwijs daaraan te stellen eisen. Gelet op het voorgaande blijkt uit het deskundigenrapport niet dat de taxatie van [de makelaar] onjuist is of dat [de makelaar] als een redelijk bekwame taxateur niet tot de bestreden taxatiewaarde kon komen, zoals [appellante] stelt.
een grotere bandbreedte echter te billijken” is. Deskundige [de deskundige] noemt als relevante factoren die in acht moeten worden genomen “
incourante objecten of bij een instabiele markt”in welk geval de bandbreedte hoger kan liggen
“naar maximaal 20%.”Ten aanzien van de woning van [appellante] merkt de deskundige op: “
Beide factoren gaan in dit geval in bepaalde mate op.
In dit geval gaat het om een woning waar erg weinig referenties van zijn (nieuwbouw, kerkdorp met in 2009 minder dan 1000) inwoners. Daarnaast is markt van destijds als instabiel te betitelen vanwege een op hande zijnde recessie die in dat jaar zijn intrede had in de woningmarkt.”Door De Zaligheden is verder met een beroep op het deskundigenrapport onderbouwd dat juist in gevallen waarin weinig referenties zijn
“de kans op verschillen in de waardering groter” wordt. De Zaligheden heeft met de verwijzing naar deze opmerkingen in het rapport van deskundige [de deskundige] voldoende onderbouwd dat in dit geval sprake is van een incourant object en een instabiele markt zodat toepassing van een bandbreedte van 20% aan de orde kan zijn. [appellante] heeft als reactie op de bevindingen van de deskundige volstaan met de stellingname dat de woning van [appellante] een courant object is omdat het een “
vrij standaard (…) hoekwoning” is en dat de taxatie in mei 2009 plaatsvond terwijl “
de woningmarkt in Casteren pas in het eerste kwartaal van 2010 structureel stagneerde.” Tegen de achtergrond van de conclusies van de deskundige waarop door De Zaligheden een beroep is gedaan, had het op de weg van [appellante] gelegen voldoende gemotiveerd te onderbouwen dat in het onderhavige geval sprake is van een courante woning en een stabiele markt zodat de bandbreedte van 20% toepassing mist, bijvoorbeeld door het overleggen van een contra-expertiserapport. Dat heeft [appellante] niet gedaan, zodat het hof aan haar stellingen als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd voorbij gaat. Het hof maakt de conclusies van de deskundige dat sprake is van een incourant object en een instabiele markt in welk geval een hogere bandbreedte dan 15% te billijken is, tot de zijne. Het hof zal in het onderhavige geval uitgaan van de toepassing van een bandbreedte van 20%.